of 58959 LinkedIn

Korter werken in de bonus

Veel gemeenten hebben vertrekregelingen voor senioren om verdere vergrijzing te voorkomen. In Hoorn doen ze het net even anders: iedere ambtenaar mag er met deeltijdontslag.

Veel gemeenten hebben vertrekregelingen voor senioren om verdere vergrijzing te voorkomen. In Hoorn doen ze het net even anders: iedere ambtenaar mag er met deeltijdontslag.

Geen gemeente die er niet mee kampt: vergrijzing van het medewerkersbestand. De gemiddelde leeftijd van de ambtenaar is 49 jaar en dat loopt de komende jaren zonder tegenmaatregelen gestaag verder op tot boven de 50. Dat is een regelrecht gevolg van twee ontwikkelingen. Aan de ene kant vertraagt de uitstroom omdat we met z’n allen langer moeten doorwerken als gevolg van de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. En aan de andere kant is er door bezuinigingen nauwelijks ruimte om nieuwe, jonge mensen aan te nemen. En omdat mede door de economische crisis iedereen blijft zitten waar hij zit, is er van interne mobiliteit nauwelijks sprake.

Gemeentesecretaris Frans Mencke van Hoorn zag de beweging in de eigen organisatie om die redenen ook goeddeels stilvallen. Met zogeheten werkervaringsplaatsen voor jongeren die tegen een vergoeding van 500 euro per maand op specifieke projecten worden gezet, probeert hij al geruime tijd het ambtelijke apparaat van tijdelijk vers bloed te voorzien. ‘Een prima regeling waarin we al zo’n zestig jongeren werkervaring hebben laten opdoen. Wij profiteren van ze, want het geeft schwung in de organisatie en de jongeren zelf hebben er profijt van omdat 85 procent mede op grond van de opgedane ervaring daarna een baan weet te vinden’, zegt Mencke. Dat wil zeggen, een baan elders. Want een vaste betrekking bij de gemeente zit er niet in voor ze. Daarvoor ontbreekt de financiële ruimte.

Tenminste, tot voor kort. Want Hoorn heeft een creatieve en betaalbare oplossing voor het probleem gevonden. Mencke: ‘Het begin lag bij opmerkingen die oudere werknemers tijdens een lunchbijeenkomst met de directie maakten. Rode draad daarin was dat er onder die doelgroep een latente behoefte bestond om korter te werken, met name om in de privésfeer meer zorgtaken te kunnen verrichten. Dat liet zich steeds lastiger combineren met een fulltime baan. Maar die stap naar minder werken werd niet of nauwelijks gezet, omdat vrijwel iedereen aanhikte tegen de financiële gevolgen voor het inkomen, maar vooral voor het pensioen.’

Omdat het geld voor een seniorenvertrekregeling er niet is, stapt hij naar coördinator salarisadministratie en fiscaal adviseur Diko Manneken met het verzoek een korter-werken constructie op te tuigen die voor de gemeente budgettair neutraal is en voor de Belastingdienst aanvaardbaar. Om het extra moeilijk te maken: Mencke wil ook dat niet alleen ouderen, maar iedereen in de organisatie voor korter werken moet kunnen kiezen. Ook dertigers en veertigers bijvoorbeeld die in de kinderen zitten en werk en privé moeilijk kunnen combineren.

Schilderen
Maaike van Veen is één van die veertigers die er al lang over nadacht minder te gaan werken. Als ingenieur begeleidt ze voornamelijk rioleringsprojecten in de gemeente Hoorn. Maar met de vier dagen in de week die ze werkte, hield ze naar haar zin te weinig tijd over voor haar serieuze passie schilderen. Met een man die fulltime werkt en twee kinderen thuis was het steeds haasten en stressen. ‘Dat trok ik niet meer. Net toen ik voor mezelf het besluit had genomen per 1 januari 2015 minder te gaan werken, vertelt een collega me dat ik daar beter mee kan wachten omdat er binnenkort een financieel gunstige korter-werken-regeling aan zat te komen die niet alleen is bedoeld voor ouderen.’ Die paar maanden extra wachten lukte haar nog wel, maar ze was wel één van de eersten die zich meldde bij personeelszaken toen de regeling op 1 maart inging.

Inmiddels heeft Diko Manneken dan na veel puzzelen een opzet bedacht die volgens hem aan alle eisen voldoet: hij kost de gemeente niets en de Belastingdienst is akkoord. De constructie is bovendien zo simpel dat hij past op een enkel a-viertje. In het kort komt de regeling erop neer dat iedereen een verzoek kan indienen om minimaal 2 tot maximaal 16 uur korter te werken. Dat wil zeggen, bij een fulltime dienstverband. Bij een parttime dienstverband is het naar rato. De gemeente betaalt 7 jaar lang een tegemoetkoming in het salaris van 25 procent voor elk ingeleverd uur. Bovendien wordt het pensioen voor diezelfde 7 jaar tot 100 procent aangevuld tegen het oude salaris. Die vlieger gaat overigens wat betreft de pensioenaanvulling alleen op voor wie op basis van leeftijd binnen 10 jaar met pensioen mag. De regeling kan de goedkeuring wegdragen van de directieraad, de ondernemingsraad en het college van burgemeester en wethouders.

Vertrekregeling
De Hoornse regeling wijkt af van wat andere gemeenten aan zogeheten generatiepacten hebben afgesloten, omdat die doorgaans het karakter hebben van een senioren-vertrekregeling. Als zo’n regeling niet in relatie staat tot een reorganisatie dan vindt er extra naheffing plaats door de Belastingdienst. ‘Dat geld hebben we in Hoorn niet’, zegt Manneken. Veel andere regelingen zijn daarnaast gebaseerd op de zogeheten loonsom-berekening. Het nadeel daarvan is dat er een hoge mate van voorfinanciering nodig is, waarbij een mogelijk financieel resultaat pas na een aantal jaren zichtbaar wordt.

Deelname aan de korter-werken-regeling van Hoorn is overigens alleen mogelijk voor medewerkers met een vaste aanstelling. En meedoen is voor alle duidelijkheid geen recht van de medewerker, terwijl een gewoon deeltijdverzoek dat wel is. Een verzoek voor de regeling kan om het belang van de organisatie – continuïteit bezetting, capaciteitsverlies – door de werkgever dus worden geweigerd.

Geen bezuiniging
Manneken maakte op voorhand een berekening wat de regeling financieel zou opleveren voor de gemeenten als 75 medewerkers zouden kiezen voor vrijwillig ontslag van 8 uur. Het maximale voordeel voor de gemeente zou in dat geval 685.000 euro zijn, per jaar. Voorwaarde is echter dat de vrijgekomen uren opnieuw worden ingevuld, maar dan met liefst jonge aanwas. Het college heeft immers besloten dat de korter-werken-regeling geen bezuiniging hoeft op te leveren. Mencke: ‘We kunnen de regeling ook met het aannemen van nieuwe mensen budgettair neutraal houden, omdat een beginnende beleidsmedewerker per maand minder kost dan een medewerker die in zijn eindschaal zit. Je hebt het dan al snel over zo’n duizend euro per maand’, zegt hij.

Inmiddels is op basis van de regeling aan 15 van de 580 medewerkers vrijwillig ontslag verleend. Manneken pakt de lijst erbij en somt op: ‘Gemiddelde verkorting: zes tot negen uur. Gemiddelde leeftijd bij de mannen: 56,7 jaar, bij vrouwen 53,6 jaar. De jongste die om vrijwillig ontslag heeft gevraagd is 28 jaar.’

Eén van de ouderen die gebruik maakt van de regeling is personeelsadviseur Anneke Degeling (61), sinds 1978 vrijwel onafgebroken werkzaam bij de gemeente Hoorn. ‘Na 37 jaar vond ik dat ik het wel wat minder kon doen’, zegt ze. Er is volgens haar meer in het leven dan werken. Ik werkte fulltime, nu nog maar drie dagen. Voor mij begint op woensdagavond het weekend. Op deze manier is het wel vol te houden tot mijn pensioen.’

Veel meer rust
Ze dacht al eerder aan minder werken, maar in alle eerlijkheid geeft ze toe dat het nu financieel wel erg aantrekkelijk werd om een dag in te leveren. ‘Dat trekt mensen echt over de streep’, denkt ze. Dat er tot dusver niet zo heel veel collega’s gebruik maken van de mogelijkheid, verbaast haar echter ook weer niet echt. ‘Kijk, we hebben we veel collega’s in de buitendienst wier salaris vaak niet zo hoog is. Als je dan ook nog een partner hebt met slechts een kleine parttime baan, hou je met korter werken nog maar weinig over voor de leuke dingen. Ik bedoel, je levert toch wel salaris in’, aldus Degeling.

Voor Maaike van Veen (44) is dat geen struikelblok. Ze heeft acht uur ingeleverd en werkt nu drie dagen in de week: maandag, dinsdag en donderdag. ‘Ik werk om te leven, niet andersom’, zegt ze. ‘Ik heb duidelijk veel meer rust en hoef me niet meer te haasten naar het werk en terug.’

De extra vrije tijd heeft tot dusver nog niet geresulteerd in de productie van meer kunst en een hogere omzet daaruit. Financieel gezien is dat ook niet nodig, want het verschil met haar vorige salaris is volgens Van Veen maar ‘een paar tientjes.’ Dat komt omdat ze gebruik maakt van een andere regeling waarmee Hoorn experimenteert: het gespreid laten uitbetalen van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering.

Op de vraag of Mencke en Manneken stiekem niet op meer ontslagaanvragen hadden gerekend,  antwoorden beiden na enige aarzeling ontkennend. ‘Het is natuurlijk ook nogal een stap, zelf vrijwillig ontslag nemen’, brengt Mencke in. De ingeleverde uren verlies je bovendien voor goed. Het is niet zo dat je na zeven jaar kunt zeggen: ik wil mijn uren terug. Wellicht is er tegen die tijd een vacature waarop je kan solliciteren. Maar dat is niet meer dan een wilde gok. ‘Ik denk dat er dit jaar nog wel tien aanvragen bijkomen’, vult Manneken aan. Dat gaat dan met name om medewerkers uit de cohorten die binnen de tien jaar van de pensioengerechtigde leeftijd komen. Dan is de regeling financieel gezien het meest interessant. Binnenkort beslist het college of de regeling – die loopt tot eind dit jaar – met een jaar wordt verlengd.

Mencke is vooral blij dat de korter-werken-regeling medewerkers tot nadenken aanzet over wat ze willen. ‘Er wordt thuis aan de keukentafel over gesproken. Het bestaan van de regeling geeft vrijheid. Het biedt je de mogelijkheid om keuzes te gaan maken: een bedrijf op te starten naast je betrekking als ambtenaar, meer tijd aan je gehandicapte partner te besteden. Maar het kan ook de andere kant opwerken. Ik heb een medewerker die, omdat hij de mogelijkheid krijgt een dag minder te gaan werken, opeens langer wil doorwerken. Daardoor kreeg hij lucht. Vervelend? Nee, want nogmaals, deze regeling is niet bedoeld als vertrekregeling voor ouderen. Ik hecht eraan dat hun kennis in de organisatie aanwezig blijft. Het gaat mij om duurzame inzetbaarheid, goed werkgeverschap. Ik ben ervan overtuigd dat als je je mensen ruimte geeft, je er meer commitment voor het werk voor terugkrijgt. Wij bieden vrijheid en dat geeft energie.’

Bij elkaar vegen
Nieuwe vaste krachten zijn er overigens als gevolg van de korter-werken-regeling nog niet aangenomen in Hoorn. Ook niet voor de dag die Maaike van Veen heeft ingeleverd en ook niet voor de uren die Anneke Degeling niet meer beschikbaar is. Uitgaande van het budgettair neutraal houden van de regeling zou er in principe ruimte moeten zijn om vier frisse fulltimers of zes parttimers aan te nemen. Personeelsadviseur Degeling snapt dat dat nog niet is gebeurd, omdat het per afdeling telkens om slechts een paar uren gaat. Verstandiger lijkt het haar om de herbezetting niet op afdelingsniveau te regelen, maar om alle in de organisatie vrijgekomen uren straks bij elkaar te vegen. Pas dan kun je nieuwe medewerkers volgens haar echt iets bieden.

Mencke laat weten erop toe te zien dat er ook aan de instroomkant wat gebeurt, wordt nagekomen. Hij wil een evenwichtiger leeftijdsopbouw van de organisatie. ‘Dat wil het college ook’, zegt hij. En de werkvloer zeker, zegt Degeling. ‘Het verhoogt de vitaliteit. Het is leuk als je weer collega’s hebt die bezig zijn met het kopen van een huis en de inrichting ervan. Maar vooral ook omdat ze een nieuwe, andere kijk op dingen hebben.’


Veel experimenten
Tal van gemeenten experimenteren met korter werken. Dergelijke regelingen zijn te vinden in Groningen, Delft, Emmen en Den Haag. Den Haag start binnenkort met een pilot, waarbij medewerkers van 60 jaar en ouder het aanbod krijgen 60 procent te werken tegen doorbetaling van 80 procent van het loon. Oudere werknemers die gebruik maken van de regeling behouden hun volledige pensioenopbouw.  De ruimte die daardoor ontstaat, wordt enkel en alleen gebruikt om jongeren te laten instromen. Twintig procent van de 1.200 Haagse ambtenaren boven de zestig zou bereid zijn om aan de regeling deel te nemen, waarmee dan 73 banen vrijkomen voor jongeren.

De maatregel moet bijdragen aan het terugdringen van de jeugdwerkloosheid in de stad. Ronald Dekker van de Universiteit van Tilburg vergelijkt de Haagse regeling met de vut, de vrijwillige vervroegde uittreding. De vut werd eind jaren zeventig ingevoerd om ouderen plaats te laten maken voor jongeren. De uitkering werd betaald met premies die door achterblijvende collega’s werden opgebracht. ‘De gemeente Den Haag laat ouderen op deze manier deels vervroegd met pensioen gaan’, zegt hij.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.