of 59221 LinkedIn

Kom uit die koker!

Meer zelfvertrouwen uitstralen en stáán voor je deskundigheid. Daarmee kan de overheidsmanager volgens bijzonder hoogleraar Zeger van der Wal de uitdagingen van de moderne tijd aan. Vorige week hield hij er, bij de bekleding van Ien Dales Leerstoel, een oratie over.

Meer zelfvertrouwen uitstralen en stáán voor je deskundigheid. Daarmee kan de overheidsmanager volgens bijzonder hoogleraar Zeger van der Wal de uitdagingen van de moderne tijd aan. Vorige week hield hij er, bij de bekleding van Ien Dales Leerstoel, een oratie over.

De overheidsmanager van de 21e eeuw

De natuurlijke habitat van de overheidsmanager onderging de afgelopen jaren een metamorfose en de manager moet hierin zijn nieuwe rol vinden. Dat is nogal een uitdaging, stelt bijzonder hoogleraar Zeger van der Wal (1977). Maar het biedt ook veel kansen, stelt hij gerust. Vorige week hield hij een oratie over ‘De overheidsmanager in de 21e eeuw’ en aanvaardde hiermee de Ien Dales leerstoel van de Universiteit Leiden en het CAOP. De vraag is of een klassieke organisatie als een gemeente nog de juiste infrastructuur heeft om de publieke opdrachten van nu goed uit te voeren.

‘Overheden hebben in feite nog steeds de organisatiestructuur met afdelingen en hiërarchie uit de jaren zeventig, tachtig’, zegt Van der Wal. ‘Alle grote kwesties van deze tijd snijden daar dwars doorheen en vraagstukken worden hierdoor minder goed opgelost.’ Volgens hem moeten de managers ervoor zorgen dat ‘deskundigen uit hun afdelingskoker getrokken worden’. Van der Wal: ‘Vervolgens kunnen ze dan in kleinere dynamische teams tot creatieve oplossingen komen. Dat vereist een bepaald type leiderschap dat zich niet altijd verhoudt tot een ouderwetse bureaucratie, zoals we die nu nog veel zien.’

Populisme
Ook het populisme heeft zijn weerslag op ambtenaren. ‘Het is natuurlijk een wat misbruikt woord,’ geeft Van der Wal toe, ‘want politici zijn altijd al populistisch geweest. Maar tegenwoordig zie je wel steeds snellere leiderschapswisselingen.’ Kiezers worden ongeduldiger. ‘Dit zorgt voor een complex werkveld. Als reactie op de toenemende maatschappelijke complexiteit zien we een verlangen naar simpelheid. Er worden quasi-effectieve oplossingen gesuggereerd die niet altijd realistisch zijn. Hierdoor wordt er aan het gezag van experts getornd’, waarschuwt de hoogleraar. ‘Steeds meer Nederlanders denken dat de burger in de straat het net zo goed of zelfs beter weet als een topambtenaar. De elite wordt ervan verdacht dat die zijn agenda uitvoert, onder het mom van deskundigheid. En dat is een zorgelijke ontwikkeling’, vindt hij. ‘Als je politieke baas zegt dat de ministeries wel gehalveerd kunnen worden, dan moet je als overheidsmanager continu je relevantie aantonen. Tegenover zowel burgers als politici.’

Tegelijk is volgens hem de kloof tussen burgers en de politiek een stuk minder groot dan twintig jaar geleden. Door de nieuwe media worden politici beter gecontroleerd en praat de burger er ook meer over – volgens Van der Wal een goede ontwikkeling. ‘Maar je moet niet vergeten dat er ook mensen zijn die echt wel ergens verstand van hebben. Beleidsambtenaren die zich al twintig jaar met gezondheidszorg of sport bezighouden en daar echt wel wat zinnigs over te zeggen hebben. Juist zij zouden strategischer moeten opereren en hun bestaansrelevantie aantonen, ook in meer directe communicatie met stakeholders. Er wordt steeds meer met de burger samengewerkt om draagvlak te creëren, bijvoorbeeld in co-creatie. Het zou dan handig zijn om als ambtenaar naar buiten te treden om input te vragen en keuzes toe te lichten.’

Voetbaltafel
Zeger van der Wal is onder meer verbonden aan de universiteit van Singapore en doceert internationale studenten over de hele wereld. Hij ziet dat overheden overal experimenteren met nieuwe manieren van werken en flexibele organisaties. ‘Innovatie is prima’, zegt hij, ‘maar er zijn ook grenzen, je moet niet doorslaan. Ik zie dan kantooromgevingen die eruit zien als een startup, met een mooi espressoapparaat en een voetbaltafel’, lacht hij. ‘Een sfeertje á la Google, ook om een ander type werknemer aan te trekken. Nieuwe organisatievormen kunnen ook heel goed passen bij de nieuwe overheidsmanager. Als je er goede werknemers mee kunt aantrekken, dan ben ik helemaal voor. Maar ik denk dat we de burger ook moeten uitleggen dat de overheid ontzettend belangrijke verantwoordelijkheden heeft. Je kunt het bestuur niet helemaal horizontaal maken, er moeten serieuze beslissingen genomen worden. Het werk van ambtenaren kan ook niet alleen maar ‘leuk’ zijn’, benadrukt hij.

Digitalisering is een belangrijk onderwerp waar managers van deze tijd mee te maken krijgen, sociale media zijn daar een onderdeel van. Het is volgens de bijzonder hoogleraar belangrijk dat overheidsmanagers weten hoe de platformen werken. ‘Maar ze hoeven niet de hele dag te twitteren’, voegt Van der Wal er meteen aan toe. ‘Ik neem aan dat ze wel genoeg andere dingen te doen hebben. Maar ze moeten wel de taal en de snelheid ervan begrijpen en in de vingers krijgen. Anders verlies je de slag. Overheidsmanagers zouden vanuit hun deskundigheid een ‘first-mover advantage’ moeten creëren zodat ze minder reactief overkomen. En het steeds meer zelf doen, niet per se via de afdeling communicatie. Je kunt op voorhand een beleidsvoorstel bekendmaken en goed uitleggen. Dat geeft een enorme voorsprong.’

Mentorprogramma
Het ambtenarenapparaat vergrijst, daar kunnen we niet omheen. De gemiddelde leeftijd van een ambtenaar is ruim 48 jaar, van managers ligt die leeftijd mogelijk enkele jaren hoger. De vraag is of vijftigers en zestigers weten wat er in de wereld van twintigers en dertigers speelt, of ze flexibel genoeg zijn om de ontwikkelingen bij te houden. Van der Wal ziet hierin geen probleem. ‘Ten eerste is het in Nederland een stuk minder erg dan in andere landen. Kijk naar onze politici, daar hebben een aantal jaren geleden dertigers en veertigers massaal hun intrede gedaan. In andere regio’s zoals Zuid-Europa of Zuid-Azië gaat het er vaak heel anders aan toe. Daar krijg je promotie op basis van senioriteit, kun je überhaupt niet voor je 55e secretaris-generaal worden. Hier in Nederland doen we dat toch voornamelijk op basis van ervaring en prestatie.’

Van der Wal wijst erop dat diversiteit binnen een organisatie niet alleen om geslacht of achtergrond gaat, ook om generaties. ‘Het is volkomen improductief om een oudere generatie af te schrijven, helemaal omdat we tot ons 67e door zullen moeten werken. Het is veel interessanter om te kijken naar mentoring, zodat je de generaties elkaar kunt laten versterken. Als jonge overheidsmanager kun je vreselijk veel leren van je 60-jarige collega’, is zijn overtuiging. ‘Hoe het spel gespeeld wordt, maar misschien ook hoe je werk en gezin het beste kunt combineren. Dan kun je er maar beter van profiteren.’

Andersom kan het ‘jonkie’ volgens de hoogleraar de veteraan weer leren een online beleidscampagne op te zetten. ‘Het bedrijfsleven is daar al een stuk verder mee dan de overheid. Er zijn verschillende onderzoeken geweest waaruit blijkt dat werknemers hierdoor beter gaan presteren. Een win-winsituatie, lijkt mij.’

De volledige oratie ‘De overheidsmanager van de 21e eeuw’ door bijzonder hoogleraar Zeger van der Wal is te lezen op www.caop.nl.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.