of 59236 LinkedIn

Gevraagd: Maatwerk

Ontschotting van (gemeentelijke) afdelingen, de wens tot meer mobiliteit, de centralere positie van burgers, het toegenomen klantcontact: dat vraagt om andere competenties.

Opleidingen herzien hun aanbod nu de beroepspraktijk van de ambtenaar wijzigt. Hoe de inhoudelijke beleidsmedewerker wordt omgeturnd tot ‘urban public professional’.

De mbo-opleiding ‘Juridisch medewerker openbaar bestuur’ is populair. Toch gaat die studie volgend schooljaar ingrijpend veranderen, zegt Katia Steinmetz van kennis­centrum ECABO, verantwoordelijk voor de kaders en diploma-eisen van de opleiding. Er komt meer aandacht voor competenties als procesmatig denken, politieke sensitiviteit, klanttevredenheid, gesprekstechnieken en omgaan met conflicten. 

ECABO deed uitvoerig onderzoek (‘Arbeidsmarkt in beweging’) naar de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt. Na consultatie van het werkveld werd besloten tot een update. Ontschotting van (gemeentelijke) afdelingen, de wens tot meer mobiliteit, de centralere positie van burgers, het toegenomen klantcontact: dat vraagt om andere competenties van de afgestudeerden, die bijvoorbeeld in het klantcontactcentrum van een gemeente aan het werk gaan.

Steinmetz: ‘Verandering lijkt tegenwoordig de norm in het openbaar bestuur. Dat vraagt van toekomstige werknemers een flexibele instelling, maar bijvoorbeeld ook  meer zelfreflectie en een pro-actieve houding. Die handvatten gaan we bieden in de opleiding.’

Joan van Belzen, teammanager opleidingen bij de Bestuursacademie Nederland vindt dat er bij haar instituut op dat punt al een slag is geslagen. Opleidingen sluiten aan bij de competenties die een ambtenaar ‘nieuwe stijl’ nodig heeft. Nieuwe afstudeervarianten als ‘Beleid, bestuur en proces, situationeel beleidsadviseur’ leiden op om ‘de generalist binnen de overheid te worden’. De opleiding kwam tot stand na veel gesprekken met mensen uit het veld, waarbij werd geconstateerd dat beleidsmedewerkers ‘meer vanuit het proces en minder vanuit de inhoud’ opereren. Van Belzen: ‘Vroeger werd beleid echt vanuit de vakinhoud gemaakt, als beleidsadviseur was jij de specialist. Nu gaat het er meer om dat je kunt aansluiten bij wat de maatschappij wil. In de opleiding gaat het erom dat je een bredere kijk krijgt: wie betrek je ergens bij, hoe pak je dat aan.’

Binnen het opleidingenpakket is bijvoorbeeld veel vraag naar ‘regisseren van beleid’: ‘Hoe pak je het aan, met welke partijen ga je om tafel. De ambtenaar blijft niet meer achter z’n computer zitten maar weet wat er leeft en gaat de straat op.’ Ook de cursus ‘Politieke antenne’ is de laatste tijd zeer gewild, zegt Van Belzen. ‘Die zit echt in onze top 10. Vak­inhoudelijke kennis is natuurlijk belangrijk maar daarnaast moet je vooral goed weten hoe de hazen lopen als je bij een lokale overheid werkt.’ Er is zelfs een spel ‘Hoe lopen de hazen’ ontwikkeld. Van Belzen: ‘Erg populair. Geeft inzicht in je politiek bestuurlijke sensitiviteit. Dat wordt natuurlijk een steeds belangrijker competentie.’

De Bestuursacademie Nederland merkt dat er groeiende belangstelling is voor het volgen van losse modules. ‘De gemiddelde ambtenaar is steeds hoger opgeleid en een extra diploma is niet zo belangrijk’, zegt Van Belzen. ‘Maar met een universitair diploma weet je nog niet hoe het bijvoorbeeld bij een gemeente werkt. Die trend is dat mensen een aantal losse modules volgen van de onderwerpen waar ze meer van willen weten.’

Stakeholders
Voorafgaand aan de nieuwe bestuurs­kunde opleiding ‘Urban Management’ die in september 2011 startte aan de Hogeschool van Amsterdam, was er uitvoerig contact met honderden ‘stakeholders’, zegt curriculummanager Marco Hofman. ‘Er bleek behoefte te zijn aan een nieuw type bestuurskundige. Iemand die niet alleen vakinhoudelijke kennis heeft, maar ook gericht is op verbinden en multidisciplinair kan denken en handelen. Besturen gebeurt tegenwoordig meer
horizontaal, door samen te werken met meerdere partijen. Naast kennis zijn ook project- en procesmanagement steeds belangrijker en vaardigheden als onderhandelen, samenwerken, presenteren en communiceren.’

Bij de HvA ligt de nadruk op een groot­stedelijke werkomgeving, maar de nieuwe competenties zijn natuurlijk in het hele publieke domein van belang, benadrukt Hofmans collega Sandra Bos, coördinator van de mastersopleiding die in september start. ‘Wij besteden bijvoorbeeld aandacht aan slim gebruik maken van sociale media. Dat is niet alleen belangrijk in een grote stad, dat zie je aan Haren.’

De bestuurskundige heeft tegenwoordig meer een ‘verbindende’ rol, zegt Bos. ‘Beleid en uitvoering zouden meer aan elkaar gekoppeld moeten zijn. Je schrijft niet alleen een beleidsstuk, maar bent er ook verantwoordelijk voor dat het uitvoerbaar is, en dat het ook daadwerkelijk uitgevoerd wórdt.’

De afgestudeerden aan de HvA heten ‘urban public professionals’. Hofman: ‘Dat heeft toch een andere uitstraling dan het woord ambtenaar. Daar trek je niet echt mensen mee. Bovendien is ambtenaar natuurlijk geen vak of beroep. Aanstaande studenten zeggen wel: ik wil me inzetten voor de publieke zaak, of: ik wil bij het openbaar bestuur werken.’

Integraal denken, daarop ligt tijdens de opleiding nadruk, zegt Danny Brouwer, verantwoordelijk voor de bedrijfskunde MER-opleiding aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). Een flink aantal afgestudeerden komt uiteindelijk als
beleidsfunctionaris bij de overheid terecht. ‘Creatief denken is ook voor de overheid steeds belangrijker. Net zoals effectiviteit en efficiency en verbetering van klantprocessen. Daar spelen we op in, bijvoorbeeld met een nieuw vak als innovatie-management dat draait om verbeteringen en vernieuwende ideeën voor de eigen organisatie.’

Spanningsveld
Nico van Dijk, algemeen directeur bij opleidingsinstituut Segment, merkt dat de vraag die hij krijgt vanuit de overheid verandert. Nu het reguliere onderwijs zorgt dat er meer ‘generalisten’ worden opgeleid voor hun nieuwe taken, is er, merkt hij, sprake van een spanningsveld. ‘Want er is door bijvoorbeeld vacaturestops juist ook behoefte aan mensen die direct inzetbaar zijn.’

Het leidt tot de vraag naar heel specifieke na- en bijscholing, merkt hij. Van Dijk: ‘Denk aan kleine onderwerpen als begraafplaatsenbeleid, adoptie of  een cursus ‘verwijdering van inboedels bij woninguitzetting’. Dat laatste is een lastige juridische kwestie, als je op die taak zit moet je daar alles van weten.’

Segment had al een cursus Marokkaans familierecht. ‘Een tijdje terug kregen we van de gemeente Dordrecht de vraag of we ook iets over Somalisch recht hadden, omdat zij daar juist mee te maken hebben. Dat bieden we nu dus ook aan.’

De vraag naar basiscursussen met veel algemene knowhow neemt juist af, merkt hij. ‘We hebben bijvoorbeeld een opstapcursus burgerzaken van vier dagen waarna iemand direct inzetbaar is voor een klantcontactcentrum. Daar zit het onderdeel ‘klantgerichtheid’ bij. Soms wordt ons gevraagd: laat dat onderdeel maar weg, dat kunnen ze wel, zorg maar dat ze snel aan het werk kunnen.’

De veranderingen zorgen voor meer behoefte aan maatwerk, constateert Van Dijk. ‘We kunnen voor een klant snel een cursus voor 1, 2 of 3 mensen organiseren zodat die niet hoeven te wachten tot er een grotere groep met een cursus start. En steeds vaker geven we begeleiding en coaching op de werkplek.’

Hij vindt dat organisaties als waterschappen, gemeente en provincie er verstandig aan zouden doen om werknemers tijdens het inwerken meteen in een elektronische leeromgeving te zetten. ‘Als er dan bijscholing nodig is, kan dat ook via e-learning op een zelfgekozen tijdstip. Daarmee haal je een hoger rendement in korte tijd, dat is heel taakgericht.’


‘Certificering nodig’
Nico van Dijk (Segment) vindt dat er meer aandacht moet komen voor de kwaliteit van de na- en bijscholingen. Volgens hem is er nu sprake van ‘wildgroei’. ‘Zeker als de reguliere opleidingen algemener van karakter worden, zou ik ervoor pleiten om als overheid een onafhankelijk certificeringsinstituut op te richten, dat ook examens organiseert. Je hebt toch ook heel veel rijscholen en één CBR? Waarom zou je hier over curriculum en eindtermen geen afspraken maken om de kwaliteit te borgen?’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.