of 58940 LinkedIn

Blokken voor de dijken

Directeur Erik Kraaij bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) maakt zich zorgen waar hij die ‘nieuwe en gekwalificeerde’ mensen kan vinden om 750 kilometer aan dijken te versterken. Net als andere vergrijsde overheidsorganisaties hebben de 22 waterschappen en Rijkswaterstaat – als verantwoordelijke uitvoeringsorganen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma – te kampen met een uitstroom van en een toenemende vraag naar ter zake kundig personeel.

Honderden nieuwe mensen per jaar zijn er nodig om ons te beschermen tegen hoog water. De grote vraag is waar de waterschappen en Rijkswaterstaat ze vandaan toveren. Een eigen opleidingsprogramma helpt, maar is onvoldoende.

Op tafel ligt een grote kaart van Nederland met daarop rode stippen en paarse, groene en oranje blokjes. Het zijn de locaties langs de zee en de grote rivieren die hoognodig moeten worden aangepakt om er zeker van te zijn dat we bij hoogwater droge voeten houden. Niet zozeer geld is het probleem – voor het project is ruim 4 miljard euro beschikbaar – maar de menskracht. Om die klus – die tot 2028 gefaseerd wordt uitgevoerd – te kunnen klaren, heeft de projectorganisatie liefst 350 fte per jaar extra nodig.

Directeur Erik Kraaij bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) maakt zich zorgen waar hij die ‘nieuwe en gekwalificeerde’ mensen kan vinden om 750 kilometer aan dijken te versterken. Net als andere vergrijsde overheidsorganisaties hebben de 22 waterschappen en Rijkswaterstaat – als verantwoordelijke uitvoeringsorganen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma – te kampen met een uitstroom van en een toenemende vraag naar ter zake kundig personeel. Rekening wordt gehouden met een vervangingsvraag van 3.000 medewerkers tot 2020. Dat wil zeggen, sec voor de deltatechnologie- sector. Voor de totale watersector (zowel waterbouw als waterkwaliteit) is becijferd dat – afhankelijk van de ambities – er tot 2020 wel eens 40.000 vacatures te vervullen zouden zijn, deels veroorzaakt door uitstroom en vergrijzing.

Op de vierde verdieping van het Rijkswaterstaatskantoor aan de A12 in Utrecht schetst Kraaij aan de hand van de landkaart de context en de immense opgave waarvoor zijn uitvoeringsorganisatie de komende jaren staat met betrekking tot de primaire waterkeringen. ‘Uit periodieke keuringen blijkt dat ons land een groot aantal dijken kent dat nog niet aan onze strenge veiligheidsnormen voldoet. Die hebben bijvoorbeeld last van piping, een fenomeen waarbij kwelwater onder de dijk tunnels vormt. Dat doet zich bij hoogwater met name op grote schaal langs de Waal voor. Daarnaast zijn een heleboel dijklichamen nog niet berekend op de verwachte zeespiegelstijging [maximaal +100 cm voor 2100] en de verhoogde afvoer van regen- en smeltwater door de grote rivieren’, zegt hij. ‘Bij de Eemshaven in Groningen moet de zeedijk aardbevingsbestendig worden gemaakt, nadat is gebleken dat ze door aardschokken kan verzwakken.’

Intelligente dijk
Voor de versterking van de dijken is de uitvoeringsorganisatie op zoek naar mensen met verschillende kwaliteiten. Technici uiteraard, met verstand van de inhoudelijke materie. Die moeten bij voorkeur ook nog eens creatieve en innovatieve genen hebben, want de dijk van de toekomst moet in feite opnieuw worden uitgevonden. Het alleen maar verder ophogen en breder maken van de dijklichamen is in de meeste gevallen niet meer het antwoord op de klimaatverandering. Dijken moeten volgens Kraaij vooral intelligenter worden. Veilig, dat spreekt. Maar waar het kan ook multifunctioneel. ‘Er moet tegenwoordig op kunnen gerecreëerd, gefietst, je moet er de natuur kunnen beleven. Neem de Wakkere Dijk in Munnikenland. Dat is een hoogwatervluchtplaats voor grote grazers en er komt een tribune als uitzichtpunt voor recreanten. Langs de Lekdijk in Streefkerk wordt een zogeheten Klimaatdijk gebouwd, honderd keer sterker dan een gewone dijk. Daar is straks zelfs woningbouw op mogelijk.’

Uit de voorbeelden blijkt het al: veel dijkverbeterprojecten worden aangepakt in nauwe samenwerking met de aanliggende gemeenten. Die kunnen hun wensen – en geld – inbrengen om tot oplossingen te komen waar de omgeving ook nog iets aan heeft. Dat vraagt om meer communicatief ingestelde krachten, die bruggen weten te slaan tussen de dijkverbeteraars en de omgeving. En niet in de laatste plaats zijn er financieel deskundigen nodig, die kennis hebben van de markt en de dijkverbeterprojecten binnen budget kunnen houden. Volgens Kraaij lijkt het aantrekken dan wel opleiden van voldoende mensen op het vlak van financiële beheersing vooralsnog de grootste uitdaging. Financials met die specifieke skills zijn dun gezaaid.

Summerschool
Wat er niet is, moet je creëren, zo vindt Kraaij. Om die reden is het Hoogwaterbeschermingsprogramma inmiddels begonnen met het aanbieden van een eigen opleiding. Daar kunnen vakgenoten zich (bij) scholen en professionaliseren op het vlak van onder andere techniek, projectbeheersing, marktbenadering, opdrachtgeverschap en onderhandelen. ‘In twee jaar tijd hebben zo’n tweeduizend medewerkers er een of meer modules gevolgd’, zegt Kraaij.

Dat opleidingsprogramma helpt, maar is op zich toch onvoldoende om aan de stijgende vraag naar gekwalificeerd personeel tegemoet te komen. Vandaar dat er wordt gewerkt met trainees, waarvan er nu twintig meedraaien bij de waterschappen. ‘En we werken steeds meer volgens het principe meester-gezel, waarbij oude rotten de ervaring leren doorgeven aan jongere collega’s. Dat gebeurt met name op financieel gebied.’

Nieuw is een samenwerking met de Haagse Hogeschool om vanaf dit jaar een speciale summerschool te organiseren. Daarbij zijn de pijlen gericht op derde en vierdejaars hbo-studenten. De editie in juli van dit jaar heeft als overkoepelend thema water. De bedoeling is dat studenten op zoek gaan naar creatieve oplossingen voor alles wat met het probleem water van doen heeft. Met de TU-Delft worden gesprekken gevoerd om er vanuit het Hoogwaterbeschermingsprogramma gastcolleges techniek te kunnen gaan geven en zo ook studenten te interesseren voor afstudeerplekken en latere banen.

In totaal trekt het Hoogwaterbeschermingsprogramma – onderdeel van het Deltapro- gramma – nu zo’n anderhalf miljoen euro per jaar uit voor opleidingen en trainingen.

Imago
Groot probleem is volgens Kraaij het niet al te sexy-imago van de watersector. Jongeren kiezen steeds minder vaak voor een carrière in de techniek of in de watersector. ‘Omdat ze de watersector niet kennen’, zegt hij. ‘Het is een uitermate boeiende sector, want er zitten zoveel dimensies aan. Het blijkt ook dat als mensen er eenmaal in werken, ze niet meer weg willen. Ja, dat geldt ook voor jonge mensen. Van de zestien trainees die we vorig jaar hadden, zijn er liefst veertien gebleven. Het probleem is niet, hoe hou je mensen vast, maar hoe krijg je ze binnen.’


Spelcomputers en experiences
De Vereniging van Waterbouwers ontwikkelt in samenwerking met de Stichting Opleidingsen Ontwikkelingsfonds Waterbouw speciaal waterbouwkundig onderwijs. Om ervoor te zorgen dat voldoende studenten instromen, worden waterbouwberoepen gepromoot met op jongeren gerichte activiteiten. Zo is er onder andere de Watertoolkit ontwikkeld voor het basisonderwijs en het ambassadeursnetwerk voor middelbaar onder wijs.

Via het O&O-fonds zijn er op diverse locaties, zoals expositiecentra en musea, spelcomputers geplaatst, waar jongeren op interactieve wijze kunnen werken met bijvoorbeeld een sleephopperzuiger, een steenstorter en een beunschip voor het vervoer van nat zand. Deze spelcomputers worden deels vervangen door zogeheten multimediale waterbouw experiences. Die sluiten nog beter aan bij de belevingswereld van jongeren. In samenwerking met het O&O-fonds Waterbouw worden verder filmpjes gemaakt over waterbouwberoepen voor de jongerenwebsite scholieren-tv.   


Investeren in jongeren
Volgens cijfers van Netherlands Water Partnership heeft de watersector (nu 32.000 fte) de komende jaren 2330 nieuwe mensen nodig. Daarnaast is er een vervangingsvraag van 4770 fte, door de relatief grote uitstroom van gepensioneerden. Maar de instroom van studenten bij deltatechnologie loopt daar niet mee in de pas. Uitgaande van minimale groei van de sector blijft het aantal aankomende waterbouwkundigen 1200 fte achter. Aangezien in werkelijkheid de jaaruitgaven voor dijkversterkingen tot 2028 juist stijgen naar 362 miljoen euro, zal het tekort voor sommige technische vakken oplopen naar 1 op elke 3 fte. Ook op mbo-niveau wordt een arbeidsmarkttekort verwacht door een te lage instroom ten opzichte van de verwachte personeelsuitstroom. De watersector investeert daarom in initiatieven om jongeren voor de sector te interesseren en capaciteitsproblemen op de lange termijn te voorkomen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.