of 59045 LinkedIn

Ambtenaar houdt status aparte

Het initiatiefwetsvoorstel voor de normalisering van de ambtenarenstatus ligt nog altijd bij de Eerste Kamer. Niets wijst op snelle behandeling.

Het initiatiefwetsvoorstel voor de normalisering van de ambtenarenstatus ligt nog altijd bij de Eerste Kamer. Niets wijst op snelle behandeling. De geplande afschaffing van de status aparte voor ambtenaren lijkt zo een stille dood te sterven.

Meer mogelijkheden bieden aan ambtenaren, dat was de gedachte achter het plan om de aparte rechtspositie van ambtenaren af te schaffen en hen voortaan te laten vallen onder het private arbeidsrecht. Het zou zo voor overheidswerknemers eenvoudiger worden om over te stappen naar de marktsector en vice versa.

Ook moest de wet leiden tot minder bureaucratie. De normalisatie zou gaan gelden voor circa 80 procent van de ongeveer één miljoen ambtenaren. Werknemers bij de politie, bij Defensie en de rechtelijke macht vielen er buiten, net zoals bestuurders als wethouders en gedeputeerden. Tot zover de rationele kant van het verhaal. De ambtenarenstatus draait niet alleen om de rechtspositie, maar ook en vooral om emotie. De status is een eretitel waar een ambtenaar trots op is. En die neem je 800 duizend overheidsdienaren niet zomaar af. En dat zou zo maar het uitstel, en mogelijk het afstel van het initiatiefwetsvoorstel kunnen verklaren.

‘De politieke urgentie van dit wetsvoorstel is niet erg hoog’, verklaart Barend Barentsen. De bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen Publieke Sector op de Albeda- leerstoel denkt dat er ook in Den Haag weinig belang wordt gehecht aan de wet. ‘Het leidt voor de overheid niet tot dramatische veranderingen in financiële zin; er wordt niet een miljard mee bezuinigd of extra door uitgegeven. In de begrotingssystematiek maakt het dus niets uit. Verder is het een initiatiefwetsvoorstel, de regering zit hier niet met haar volle gewicht in.’

Het is volgens hem nog maar de vraag of de Eerste Kamer op het wetsvoorstel zit te wachten. ‘Het kan zijn dat een gedeelte van die Kamer er niet zo’n heil in ziet’, speculeert de hoogleraar. ‘De Eerste Kamer is kritisch en mogelijk zelfs onwillig.’ Ambtenaren zijn over het algemeen niet rouwig om het uitstel. Ze vrezen het soepeler ontslagrecht of zijn bang om slachtoffer te worden van politieke willekeur wanneer ze straks onder het gewone arbeidsrecht vallen.

Barentsen begrijpt deze argumenten, maar verwijst ze naar het rijk der fabelen. ‘Een werknemer uit het bedrijfsleven kan immers ook niet zomaar worden ontslagen. Wat je je wel af moet vragen is welk voordeel ambtenaren zouden hebben van de normalisering. Het is niet zo dat de overheid ineens marktconforme salarissen gaat betalen. De hoogte van het salaris, het aantal vakantiedagen, de beschikbaarheid van dienstauto’s of scholingsverlof – dat is gewoon een kwestie van onderhandelen.’

Papieren tijger
Het wetsvoorstel krijgt zo veel weg van een papieren tijger. ‘Het wordt inderdaad ervaren als Haags hobbyisme’, geeft Barentsen toe. ‘Het is een principiële kwestie waar de ambtenaar in het dagelijks leven niet veel van zal merken.’ En daar zit volgens de hoogleraar meteen het probleem. De initiatiefnemers proberen de tegenstanders van de afschaffing over te halen door te schermen met het argument dat er voor de ambtenaar niets zal veranderen. ‘Daarmee schiet je jezelf dus in de voet, want zo neemt de sense of urgency enorm af.’ Er is volgens Barentsen een reële kans dat van uitstel afstel komt. ‘We zitten dicht op de Tweede Kamerverkiezingen, dan kom je in een andere politieke context terecht. Het zou me niets verbazen als het helemaal niets meer wordt met het wetsvoorstel tot afschaffing van de ambtenarenstatus.’

Voor alle duidelijkheid: Albeda is zelf voorstander van de normalisering. ‘Het klinkt bijna als Marx,’ verontschuldigt hij zich lachend, ‘maar het is een onvermijdelijke historische ontwikkeling. Er is immers al heel veel genormaliseerd. Ambtenaren mogen staken, bij de cao-onderhandelingen wordt het civiele model zoveel mogelijk benaderd, de medezeggenschap is grotendeels ook hetzelfde geregeld als in de markt, net als de sociale zekerheid.’ En dan, concludeert Barentsen, ‘is het eigenlijk vanzelfsprekend dat de rechtspositie voor ambte- naren ook gelijk wordt getrokken.’

Volgens Barentsen kan met een eventuele normalisering de bijzondere positie van de ambtenaar heel goed behouden blijven. Hij vergelijkt de overheidsdienaren met medisch specialisten. ‘Een arts werkt in loondienst bij het ziekenhuis, maar voor hem gelden aanvullende regels. Hij moet niet alleen naar zijn baas luisteren, maar ook naar de eed van Hippocrates die hij heeft afgelegd. De arts kijkt in de eerste plaats naar het belang van zijn patiënten in plaats van naar zijn formele chef te luisteren. Waarom zou een belastinginspecteur het werk niet op die basis kunnen doen?’

Blijk van waardering
Ambtenaren vatten hun status op als een blijk van waardering, denkt Barentsen. En daarom willen ze hem niet kwijt. ‘In de buitenlandse dienst vinden de ambtenaren het heel belangrijk dat ze door Zijne Majesteit zijn benoemd om overzee onze belangen te vertegenwoordigen. Daar hoort eigenlijk geen arbeidsovereenkomst bij, vinden ze. Je kunt dan met honderd rationele argumenten aankomen, maar dat werkt niet. Het gevoel van die ambtenaren is een legitiem argument. En die emotie gaat mogelijk de doorslag geven bij het uitstel van de normalisering.’

Ook vakbond CNV is er niet rouwig om. ‘Welk probleem los je met normalisering op?’ vraagt voorzitter Patrick Fey zich af. ‘Er wordt gezegd dat er door de normalisering minder bureaucratie komt, maar je krijgt er heel veel complexiteit voor terug. Je blijft twee systemen naast elkaar houden, er komt overgangsgedoe en een wirwar van andere regelingen. Er is geen simpele oplossing. Ik ben blij dat de Eerste Kamer dit kennelijk ook inziet.’

Fey vertelt dat zijn achterban niet staat te springen om de normalisering. ‘Men is wantrouwend, denkt dat het wel weer een bezuiniging zal zijn. Of een manier om goedkoop mensen te ontslaan.’ Toch heeft de vakbond wel behoefte aan vernieuwing. ‘Maar daarvoor hoeft de ambtenarenstatus niet te verdwijnen’, aldus Fey. ‘Daar kunnen aparte afspraken over gemaakt worden. Wij zoeken die modernisering liever in het inhoudelijke dan in het procedurele.’

Het zou de vakbondsman niets verbazen als de normalisering van het arbeidsrecht voor ambtenaren een stille dood sterft. ‘Het is een slechte oplossing voor een niet-bestaand probleem.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.