of 59221 LinkedIn

Halfjaartje rust voor wanbetaler

Na negen jaar praten is het breed wettelijk moratorium een feit. Een adempauze voor mensen die diep in de schulden zitten. Het moet de gemeentelijke schuldhulpverlening verbeteren en preventief werken. Hulpverleners zien nog verbeterpunten: de drempel moet omlaag en mag het wat minder ingewikkeld?

Na negen jaar praten is het breed wettelijk moratorium een feit. Een adempauze voor mensen die diep in de schulden zitten. Het moet de gemeentelijke schuldhulpverlening verbeteren en preventief werken. Hulpverleners zien nog verbeterpunten: de drempel moet omlaag en mag het wat minder ingewikkeld?

Wettelijk moratorium per 1 april ingevoerd

Het was 2008 toen voor het eerst werd geopperd dat mensen die diep in de schulden zitten een ‘adempauze’ moeten krijgen. Een periode waarin deurwaarders en andere schuldeisers niet iedere dag op de stoep staan om geld voor hun cliënten op te eisen. Een periode waarin een notoire wanbetaler niet het ene gat met het andere hoeft te dichten en zodoende alleen maar verder in de problemen zou komen. Onlangs presenteerde staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA, Sociale Zaken) de Algemene Maatregel van Bestuur waarin het breed wettelijk moratorium van maximaal zes maanden wordt aangekondigd dat per 1 april in werking moet treden.

Het idee is dat het moratorium kan worden ingezet wanneer allerlei over elkaar heen buitelende incassomaatregelen het schuldhulpproces frustreren en schuldhulpverleners niet verder komen dan brandjes blussen. Ze zijn alleen maar bezig te zorgen dat tussen alle claims van verschillende schuldeisers door, de beslagvrije voet gehandhaafd wordt, oftewel dat de schuldenaar verzekerd is van een bestaansminimum. Van echte schulphulpverlening en zoeken naar langdurige oplossingen is geen sprake meer.

Met het moratorium moeten alle schuldeisers verplicht ‘op hun handen zitten’ en krijgt de hulpverlener tijd om de situatie te stabiliseren. Toeslagen kunnen worden aangevraagd en verrekend, de Belastingdienst kan de beslagvrije voet toepassen, de dreiging van een uithuiszetting is even weg. De schuldenaar mag in die tijd geen nieuwe schulden maken en de schuldhulpverlener kan de zaak op orde brengen. Daarna krijgt iedere schuldeiser zo mogelijk zijn deel.

Rechtbank
Het college van burgemeester en wethouders moet, vaak op aanraden van de schuldhulpverlener, het verzoek bij de rechtbank indienen om het breed wettelijk moratorium in te zetten. Gekeken zal worden of de hulpverlener daadwerkelijk alleen nog maar noodverbanden aanlegt en of het smalle moratorium (bij crisissituaties waarbij er één schuldeiser is) geen uitkomst biedt.

Als het moratorium in werking treedt, onderzoeken schuldenaar, schuldeisers en hulpverlener hoe ze snel tot afspraken kunnen komen. Er moet een plan komen dat voor de schuldenaar te dragen is, met inachtneming van de wettelijke beslagvrije voet, en dat ervoor zorgt dat de schuldeiser een zo groot mogelijk deel van zijn geld krijgt.

Dat het zo lang heeft geduurd voordat de AMvB er is, heeft uiteraard met politiek te maken. Schuldhulpverleners en politieke partijen aan de linkerkant en ook het CDA willen al langer dat schuldeisers even pas op de plaats maken om de schuldenaar te helpen de zaken op orde te krijgen. Maar het MKB en de VVD wilden er niets van weten. En met VVD’ers op het ministerie van Justitie – en tot 2012 ook op Sociale Zaken – kwam het brede moratorium er lange tijd niet van.

Staatssecretaris Klijnsma is blij dat zij het moratorium uiteindelijk toch voor elkaar heeft gekregen. ‘Ik heb in de praktijk gezien hoe belangrijk het voor mensen die in de schulden zitten kan zijn om even een adempauze in te kunnen lassen, om zo de zaken op een rij te zetten.’

Bij de NVVK, de belangenvereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, valt na zo lang praten enige opluchting te bespeuren. ‘Hier hebben we al heel lang om gevraagd’, aldus voorzitter Joke de Kock. ‘Het gebeurt zo vaak dat een hulpverlener met allerlei schuldeisers en instanties in de weer is om de situatie stabiel te maken en dat er dan vervolgens een deurwaarder dwars doorheen dendert. Dan kun je opnieuw beginnen en ben je zo weer zes maanden verder. In die tijd verslechtert de situatie en lopen de schulden weer op. Dat is slecht voor iedereen. Dus daarom zijn wij ontzettend blij dat het moratorium er nu echt komt.’

Kritiek
Tegelijkertijd is er ook kritiek. Zo vindt de NVVK dat er nog te veel rekening is gehouden met de belangen van de schuldeisers, is de drempel voor deelname te hoog en is het te ingewikkeld. De Kock: ‘We willen de schuldhulpverlening eenvoudiger maken. Dan helpt het niet dat dit nieuwe instrument toch weer vrij complex is.’

Drempelverhogend noemt ze het dat er al een schuldregeling opgestart moet zijn om voor het moratorium in aanmerking te komen. Er is dan bij de schuldenaar al enige mate van stabiliteit vereist in gedrag, inkomsten en uitgaven. ‘Je kunt als hulpverlener dit instrument dus pas laat inzetten en dat is jammer. Als het eerder kan, kun je een hoop problemen voorkomen.’

Ook lastig is dat alleen de gemeente het brede moratorium kan aanvragen. Schuldhulpverleners die werken in opdracht van kerken of werkgevers kunnen het niet inzetten. ‘Zo’n 10 tot 20 procent van de hulpverlening kan het instrument dus niet in gang zetten’, aldus De Kock. En dan is er nog de financiële drempel.

Om voor het moratorium in aanmerking te komen, moet er altijd budgetbeheer worden ingezet. Dat kost een kleine 50 euro per maand en is niet altijd nodig. De Kock: ‘Sommige mensen kunnen prima met geld omgaan, maar zijn door andere oorzaken in de problemen gekomen. Een scheiding of een onverkoopbaar huis, bijvoorbeeld. Dit is een extra financiële drempel en bovendien betuttelend omdat het mensen hun autonomie ontneemt.’ En ook de gemeente kost het extra geld. Een gang naar de rechter voor een aanvraag kost hen zo’n 600 euro (zie kader links).

Vertragen
De complexiteit zit ‘m erin dat hulpverleners maximaal zes maanden hebben om een schuldhulpplan op te zetten maar dat schuldeisers dat proces danig kunnen vertragen door niet te reageren op een voorstel. En dat gebeurt, weet De Kock. Termijnen van vijf maanden voordat er een reactie komt, zijn niet ongewoon. ‘Als een schuldeiser niet akkoord gaat, kun je gebruikmaken van de wet, maar als hij eenvoudigweg niet reageert, kun je niets.’ De NVVK zou daarom graag een inspanningsverplichting zien om binnen een redelijke termijn te reageren.

Ook lastig is dat het bedrag dat schuldenaren mogen houden – het op hun persoonlijke omstandigheden toegesneden ‘vrij te laten bedrag’ – gelijkstaat aan de beslagvrije voet. Dat bedrag is te laag voor mensen die, bijvoorbeeld, een hoge alimentatie moeten betalen of een auto nodig hebben om naar hun werk te gaan.

De Kock: ‘Nu passen onze schuldhulpverleners daar het maandbedrag op aan zodat mensen kunnen blijven werken of aan hun alimentatie kunnen voldoen. Maar het moratorium doet dat niet en dat scheelt soms wel 600 euro per maand. Mensen maken dan snel nieuwe schulden en dan vervalt het moratorium. Wij zouden graag zien dat gedurende die zes maanden het vrij te laten bedrag geldt en niet de beslagvrije voet.’

Het ministerie van Sociale Zaken kent de kanttekeningen van de NVVK. Maar ook die van de schuldeisers die vinden dat er al genoeg instrumenten zijn om schuldhulp te bieden en dit moratorium bovendien de problemen verlegt van schuldenaar naar schuldeiser. Staatssecretaris Klijnsma denkt met de AMvB een goede balans te hebben gevonden die een meerwaarde heeft voor de schuldhulpverlening en die bovendien een preventieve werking zal hebben.

De Kock is het daarmee eens. ‘Hoe groot het effect zal zijn, is heel moeilijk in te schatten. Maar het besef dat je van een kale kip niet kunt plukken neemt hierdoor wel toe. Nu zijn er altijd een paar schuldeisers die koste wat het kost hun geld willen hebben. Maar in de wetenschap dat de schuldeisers met een moratorium een half jaar zeker niets krijgen, hebben ze volgens De Kock ‘hopelijk al in een eerder stadium wat meer geduld’.


Kosten voor gemeente
Een verzoekprocedure bij de rechtbank voor het inzetten van het breed wettelijk moratorium kost 600 euro. Die kosten zijn voor de gemeente. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft 3,2 miljoen euro uitgetrokken om het breed wettelijk moratorium juridisch te bekostigen. Dat is gebaseerd op een raming waarbij ervan uitgegaan wordt dat er jaarlijks zo’n 5600 aanvragen komen. Het is echter geen gesloten regeling, dus hoeveel mensen er daadwerkelijk gebruik van maken is niet aan een maximum gebonden. Iemand met schulden komt maximaal één keer in de tien jaar in aanmerking voor een breed moratorium.

Verstuur dit artikel naar Google+