of 59236 LinkedIn

Voordeurdelers in cultuur

Ze heten Kulturhus, cultuurgebouw of multifunctioneel centrum en ze zijn in opkomst. Vaak gloednieuwe gebouwen waar bibliotheek, theater, welzijnsvoorzieningen en kapsalon of bridgeclub onderdak vinden. Idealiter moet het ‘samenwonen’ een (financiële) meerwaarde bieden, maar dat blijkt nog niet zo simpel.

De bibliotheek zat in een houten keet, kunstcentrum Pier K in een weinig inspirerend noodgebouw, schouwburg De Meerse knapte uit haar jasje en een poppodium wás er helemaal niet in de gemeente Haarlemmermeer. ‘Nu zitten we met vier instellingen onder één groot golvend dak. In een spectaculair nieuw openbaar gebouw, ván en voor de Haarlemmermeerders.’

 

Joep van Dijk, directeur van de schouwburg is ‘ongelofelijk blij’ met zijn nieuwe behuizing in het cultuurgebouw aan het Raadhuisplein in Hoofddorp. ‘We hebben er een vlakke vloerzaal bij. We kunnen als culturele instellingen meer samenwerken en het gebouw biedt enorm veel mogelijkheden.’ Al worden die nog niet optimaal benut, geeft hij toe. De gemeenteraad constateerde onlangs teleurgesteld dat van de beloofde ‘meerwaarde’ door de nieuwe gezamenlijke huisvesting, nog weinig te merken was.

 

Van Dijk: ‘We hebben allemaal onze eigen openingstijden en er is zelfs geen gemeenschappelijke website. De samenleving verwacht spetterende exposure, een gebouw waar 24 uur per etmaal van alles te beleven is. Dat is inderdaad nog niet zo.’

 

‘Eerst eigen organisatie’

 

Hoe dat komt? Van Dijks collega Adriaan van Geest, directeur van de bibliotheek in hetzelfde Cultuurgebouw, wijst, uiteraard, op de bezuinigingen bij gemeente en provincie ‘Maar eerlijk is eerlijk: het hemd is nader dan de rok. We wilden allemaal eerst onze eigen organisatie op orde hebben.’ Het kost zegt hij, blijkbaar enige tijd om er met vier individuele instellingen voor te zorgen dat je samen ‘vijf’ wordt, zoals de bedoeling is. ‘We hebben alle vier een eigen raad van toezicht, we zijn met vier directeuren. We moeten kijken hoe we dingen in elkaar kunnen schuiven.’ Er zijn praktische problemen die niemand zich vantevoren goed had gerealiseerd.

 

Voor het toezicht en het beheer van de gemeenschappelijke passages blijkt bijvoorbeeld niemand zich echt verantwoordelijk te voelen: ‘het is er soms vies’, zegt Van Dijk. ‘Die gemeenschappelijke ruimtes lijken voor ons allemaal van secundair belang, terwijl die passages toch je visitekaartje zijn.’ De vier directeuren zaten sinds de opening in februari wekelijks met elkaar om tafel en hebben inmiddels ‘een grote onderlinge vertrouwdheid opgebouwd’ omschrijft Van Dijk.

 

Van Geest: ‘De “koude taken”, zoals de schoonmaak en de ICT, hebben we nu gezamenlijk goed georganiseerd. Nu gaan we aan de “warme taken” werken: de gemeenschappelijke inhoud.’ Er komt samenwerking op het gebied van cultuureducatie, maar ook in de commercie: het brede en diverse aanbod aan zalen maken allerhande festivals en congressen mogelijk. En de eerste verbouwing staat alweer op stapel.

 

Van Dijk: ‘We hebben alle vier een eigen balie. Dat is knullig. We willen een gezamenlijk info- en ticketcentrum, en natuurlijk ook een gemeenschappelijke website. Zodat iedereen in één oogopslag kan zien wat hier te doen is.’

 

Verschraling

 

Het eerste kulturhus van Nederland werd ruim 10 jaar geleden geopend in Overijssel. De aanleiding was de dreigende verschraling van voorzieningen op het platteland: om de leefbaarheid te garanderen gingen bibliotheek, welzijnswerk en zorginstellingen onder één dak zitten. Goedkoper en praktischer.

 

Ook al klinkt kulturhus wellicht als dialect, het fenomeen is overgewaaid uit Scandinavië, zegt Margreet Hogenkamp, projectmanager bij Stichting Stimuland, die veel onderzoek deed naar de tientallen kulturhusen die er inmiddels zijn in Nederland. In Overijssel zijn er al 52 en zijn er vergevorderde plannen voor nog bijna 70, schat Hogenkamp.

 

In Gelderland zijn er al minstens 40, in Utrecht al meer dan 20. Ook in de rest van het land duiken ze op. Werden er tot nu toe vooral nieuwe panden gebouwd, steeds vaker gaat de aandacht uit naar bestaand maatschappelijk vastgoed, als een voormalige kerk, of een café. Zo’n gebouw met een verleden heeft ook meerwaarde.

 

Behalve andere namen (multifunctionele accommodatie, wijkcentrum, kulturhoes, dorpshuis), verschillen de deelnemende partners per cultuurgebouw. Hogenkamp: ‘In kleine dorpen gebeurt daar álles. In buurtschap Notter-Zuna heb je Irene: daar vermelden ze op de affiches niet eens wáár een activiteit plaats vindt, want alles is altijd in Irene. Dat is het enige dat er nog is, in de verre omtrek.’ In grotere kernen is er vaak een theaterzaal.

 

Maar er zijn ook kulturhusen met een kapsalon, een pedicure, basisscholen, een filiaal van de Rabobank of een gemeenteloket. Hogenkamp: ‘Elk cultuurhuis heeft z’n eigen dynamiek als het goed is. Vaak is de bibliotheek een belangrijke ‘drager’. Dat garandeert veel volk over de vloer.’

 

Door in cultuurhuizen ook belangrijke voorzieningen als een pinautomaat, apotheek of dokterspost onder te brengen, is de dagelijkse aanloop ook gegarandeerd, en daar kunnen de sociale en culturele partners hun voordeel mee doen.

 

Te zonnige blik

 

Vaak betalen provincies mee aan de opzet van een cultuurhuis, om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in een gebied te garanderen. De provincie Utrecht heeft de afgelopen tijd de komst van bijna twintig cultuurhuizen financieel ondersteund. Beleidsadviseur Aline Harkink: ‘Het ideale uitgangspunt is als het vanuit de organisaties zelf komt: als ze samen willen zitten omdat ze denken dat het meerwaarde heeft.’

 

Voorwaarde voor de subsidie (2 ton per cultuurhuis) in Utrecht was deelname van de bibliotheek in het cultuurhuis. Volgens Harkink gebeurt het nog weleens dat een gemeente uit het oogpunt van efficiency en gehoopte kostenbesparing meerdere instellingen onder één dak plaatst. ‘Dan heeft een instelling nieuwe huisvesting nodig en is het al snel: 1 plus 1 is 3. Zo’n gebouw wordt op de tekentafel steeds groter want iedereen wil iets moois. Maar een groot mooi nieuw gebouw is vaak ook duurder in de exploitatie, daar is in het verleden veel te zonnig naar gekeken. Dat zijn dure vierkante meters.’

 

Hogenkamp beaamt het: ‘Kostenbesparing? Vergeet het maar. Als je er echt met z’n allen meer mee wilt, kost het vaak meer. Je hebt een goede beheerder nodig, een aanspreekpunt. Iemand die bedreven is in het verhuren van ruimtes, zodat er geld binnenkomt. En een gemeenschappelijke balie lijkt goedkoop, maar daar moet wel iemand zitten die multi-inzetbaar is en van alle functies iets weet. Zo iemand moet je opleiden, misschien betalen.’ Ze nuanceert: facilitaire diensten samen regelen kán schelen, het gezamenlijk inkopen van energie en voeren van de administratie levert vaak wel besparingen op. En dan is er nog de ‘maatschappelijke outcome’.

 

Hogenkamp: ‘Welke preventieve werking zo’n cultuurhuis heeft, is nog nooit echt gemeten. Maar wat zie je op het platteland: er zijn vaak veel activiteiten voor ouderen. Er wordt wat georganiseerd, zij voelen zich daardoor misschien minder eenzaam, hebben minder snel hulp nodig, worden misschien minder snel ziek. Dat is moeilijk in geld uit te drukken.

 

In De Bijenkorf, het kulturhus in Borne, wordt veel voor jongeren georganiseerd: muziek, concerten. Bureau Halt merkte daar dat ze minder jongeren doorgestuurd kregen, er wordt minder gerotzooid op straat. Dat scheelt. Maar hoeveel?’ Stichting Stimuland gaat binnenkort onderzoeken ‘hoe de lijntjes lopen en berekenen wat zo’n voorziening de gemeenschap oplevert’ kondigt Hogenkamp aan.

 

Breekpunt

 

De economische crisis, de bezuinigingen bij provincies en gemeenten, de terugtredende overheid, de krimp: ook de cultuurhuizen komen in zwaar weer. ‘Horeca kan helpen om de zaak in de zwarte cijfers te houden’, zegt beleidsadviseur Harkink, ‘maar je moet er goed naar kijken: hoe ga je om met bestaande horeca als die al in de buurt zit. En als je de koffie te duur maakt en een flinke zaalhuur vraagt, dan gaan alle clubs thuis vergaderen.’

 

Hogenkamp signaleert dat de bezuinigingen de druk op de vrijwilligers doet toenemen. ‘Zij zijn onmisbaar om de boel draaiende te kunnen houden, ze worden steeds professioneler maar er wordt ook steeds meer van ze gevraagd. Er is een breekpunt in wat nog kan.’

 

De gemeenten zouden zich soepel moeten opstellen, vindt Harkink, ‘zodat je de ruimtes zo flexibel mogelijk in kunt zetten.’ De digitalisering en de bezuinigingen bij de bibliotheken zorgen ervoor dat sommige biebs in cultuurgebouwen nu graag wat vierkante meters in willen leveren. ‘Daar moet een andere huurder voor worden gevonden. Dat kan een zzp-er zijn, of een winkeltje: waarom niet?’

 

Er bestaat geen succesrecept voor een goed cultuurhuis, zegt Hogenkamp. ‘Je moet steeds kijken waar behoefte aan is. Wie kan er als trekker fungeren, wie heeft er goede binding met de gemeenschap. Het gaat om de meerwaarde, om gezamenlijke programmering, je wilt reuring in je gebouw. Je moet onderling als partners verbindingen maken of hebben en daar gaat veel tijd en energie in zitten. Anders heb je allemaal losse dingen: een crèche, een sporthal en niemand die wat met elkaar doet.’  


De scootmobielclub drinkt er koffie
Wijkcentrum/cultuurhuis Schoneveld staat in Houten-Zuid. Omwonenden zijn van het begin af aan betrokken bij de plannen en konden meepraten over de gewenste voorzieningen en de uitstraling van het gebouw. Eigenlijk is er voor elke leeftijdscategorie nu iets te vinden. Er is een muziekstudio, leslokalen, een danszaal voor bijvoorbeeld de linedancecursus. Er is een chill-zolder voor jongeren. De scootmobielclub drinkt er koffie, er is een wekelijkse bijeenkomst van de kerk, een buurtbewoonster geeft een workshop Italiaans koken in de professionele keuken, er is een expositiegroep die zorgt dat er in de centrale ruimtes wisselende exposities van amateurkunst zijn. Er is een verkooppunt voor kaartjes voor het plaatselijke theater, De Slinger.

 

‘Er komt steeds meer samenwerking met allerlei organisaties in Houten’, merkt beheerder Henny Jongerius (32 uur per week in dienst). ‘Zonder vrijwilligers kunnen we hier echt niet. Ik heb er elke dag vijf nodig om alles goed te laten draaien. Gelukkig is het een geliefde baan, er is een wachtlijst en de vrijwilligerscentrale zit hier ook in het pand. De bibliotheek is een groot succes en erg belangrijk voor de aanloop.

 

’s Ochtends is de bieb onbemand, maar je kunt wel boeken lenen, dat loopt prima. Dit gebouw is echt bedoeld voor de buurt, in dit stuk van Houten was verder niks. De verhuur moet nog goed op gang komen, we hebben sociale en commerciële tarieven. Het is een fantastisch gebouw waar mensen graag komen. Als ouders hun kinderen naar de peuterspeelzaal hebben gebracht blijven ze nog even hangen om hier koffie te drinken, dat wil je. Ik zou nog wel meer willen: kaartclubs enzo, maar het moet allemaal nog op gang komen.’

 

Gebruikers: Bibliotheek, Speel-o-theek, Reinaerde (beheert atelier en kadowinkel met artikelen die door verstandelijk gehandicapten zijn gemaakt), Van Houten & co (welzijnswerk), Peuterspeelzaal Houten, Houtens muziekcollectief (muziekschool).

 

Meer informatie:
- www.kulturhus.nl
- Verborgen talenten, evaluatie van het kulturhus-concept in Lemelerveld, Borne en Notter-Zuna, te downloaden via www.kulturhus.nl  
- Vele wegen naar het Kulturhus, Paul Dijkman, provincies Overijssel en Gelderland.
- Samenwerken onder één dak, handreiking voor het opzetten van een Cultuurhuis, provincie Utrecht. www.provincieutrecht.nl/loket/publicaties

Verstuur dit artikel naar Google+