of 59236 LinkedIn

Samen integer

Leren van elkaar, kennis delen en elkaar scherp houden. De Regionale Werkgroep Integriteit in Limburg zweert bij intensieve samenwerking. De inspanningen werden deze week beloond met de Philip Brouwer Integriteitsprijs.

Moet kunnen? In Zuid-Limburg niet meer. Onder invloed van de Regionale Werkgroep Integriteit wordt sinds enkele jaren intensief gewerkt aan een aanscherping van de moraal bij ambtenaren en bestuurders. Betrokkenen spreken van een ‘cultuuromslag’. Commissaris van de koningin Léon Frissen wil de nieuwe werkwijze uitrollen over de hele provincie.

 

De Regionale Werkgroep Integriteit, die deze week de Philip Brouwer Integriteitsprijs 2010 ontving, is een samenwerkingsverband tussen de provincie Limburg en 19 Zuid-Limburgse gemeenten. De werkgroep, die in 2006 is opgericht, heeft de beschikking over twee vertrouwenspersonen, bij wie medewerkers van de aangesloten overheden kunnen aankloppen om dilemma’s of integriteitskwesties te bespreken.

 

Maar de werkgroep doet veel meer: zij ontwikkelt instrumenten, geeft adviezen, verzorgt opleidingen, analyseert werkprocessen op potentiële risico’s, zorgt voor het uitwisselen van kennis, en stimuleert een gezamenlijke aanpak.

 

Volgens Peter Boers, integriteitscoördinator bij de gemeente Sittard-Geleen, hebben de inspanningen van de werkgroep duidelijk resultaat: ‘Ik krijg bijvoorbeeld steeds vaker vragen van managers over nevenfuncties van medewerkers. De manager vraagt zich dan af: kan dit, of moet ik er nee tegen zeggen? Het aantal vragen hierover neemt duidelijk toe.

 

'Daaruit kun je twee dingen afleiden: de ambtenaar maakt er melding van als hij of zij een nevenfunctie bekleedt, en de leidinggevende vraagt zich serieus af of de nevenfunctie zonder meer kan worden gecombineerd met de werkzaamheden als ambtenaar. Dat vind ik een heel positieve ontwikkeling.’

 

Risicoanalyse

 

De werkgroep richt zich ook op bestuurders. Een van de in het oog springende initiatieven is een in samenwerking met Maastricht en Gulpen-Wittem ontwikkelde, voor Nederland unieke ‘risicoanalyse integriteit’ waaraan nieuw gekozen wethouders kunnen worden onderworpen.

 

Hierbij wordt onder meer gekeken naar feiten uit het verleden, nevenfuncties, financiële belangen of schulden, en lidmaatschappen die een risico kunnen vormen. Een extern bureau interviewt de wethouder om andere mogelijke risico’s in beeld te brengen. Dan gaat het om onder meer persoonlijke opvattingen van de bestuurder, en om persoonlijke contacten of omstandigheden die relevant kunnen zijn.

 

Frank Petit, coördinator van de regionale werkgroep en werkzaam bij de provincie, benadrukt dat het niet gaat om een toets. De onderzoeken worden ook pas gehouden als de wethouder eenmaal in functie is. ‘Het is de bedoeling om de wethouder een spiegel voor te houden, waarmee hij zijn voordeel kan doen. Want als de bestuurder de risico’s in beeld heeft, is de kans groter dat hij ze tijdig bespreekbaar maakt als ze zich voordoen, en dat hij er zelf alerter op is’, stelt Petit.

 

Van alle wethouders in Zuid-Limburg heeft ongeveer tweederde de analyse tot nu toe doorlopen. De overige wethouders staan ergens in de komende maanden op de planning. Burgemeesters Berry Link (CDA) van de gemeente Schinnen was een van de voorvechters van de analyse voor wethouders.

 

‘Burgemeesters worden bij hun aanstelling helemaal doorgelicht, maar voor wethouders geldt dit niet. Terwijl het er natuurlijk om gaat dat een gemeente een zuiver bestúúr heeft. Daarom vond ik het van belang dat er een risico-analyse voor wethouders zou komen. Ook collega’s, onder wie Sjraar Cox van Sittard-Geleen, hebben hierop aangedrongen. Daarop heeft de werkgroep voor de hele regio dit instrument ontwikkeld. Dat is weer een flinke stap in de goede richting. Het imago dat er in Limburg maar wat wordt aangerommeld, moet van tafel’, zegt Link.

 

Grijs gebied

 

Volgens Bep Weijenberg, integriteitscoördinator in Schinnen, is het belangrijk dat binnen een gemeentelijke organisatie op alle niveaus over integriteit wordt gesproken. ‘Van een medewerker van Openbare Werken kreeg ik eens te horen dat hij wel wist wanneer ze hem wilden omkopen. Hij zei: “Als iemand me een kop koffie met een stuk vlaai aanbiedt, kan het zijn dat ze vervolgens aan me vragen om wat extra afval mee te nemen, of om een stoeptegel bij de voordeur recht te leggen.” Natuurlijk, heb ik toen gezegd, zou je als ambtenaar de bereidheid kunnen hebben om die burger op zo’n moment te helpen. Maar je komt al heel snel in dat moeilijke grijze gebied terecht.’

 

De oprichting van de Regionale Werkgroep Integriteit is voortgekomen uit in 2005 gepubliceerd onderzoek van de Universiteit van Tilburg naar de georganiseerde misdaad in Limburg. In dit onderzoeksrapport stond dat de onderwereld in toenemende mate greep wist te krijgen op de bovenwereld. In reactie hierop sloegen geschrokken bestuurders de handen ineen. Onder meer werden de vergunningverlening en het inkoop- en aanbestedingsbeleid fors aangescherpt.

 

Om daarnaast meer aandacht te schenken aan de integriteit van ambtenaren en bestuurders, werd in 2006 besloten een regionale werkgroep op te zetten. Aanvankelijk waren de provincie Limburg en vijf Zuid-Limburgse gemeenten hierbij betrokken. In januari 2008 sloten ook de 14 resterende gemeenten in de regio zich aan.

 

Bij de oprichting van de werkgroep werd nadrukkelijk afgesproken dat het er niet om ging gezamenlijk beleid te ontwikkelen. ‘Een containerbegrip als integriteit laat zich niet zo gemakkelijk vertalen in gezamenlijk beleid. Elke organisatie is en blijft daarom zelf verantwoordelijk’, zegt werkgroepcoördinator Frank Petit.

 

Basisnormen

 

De werkgroep heeft de door Binnenlandse Zaken vastgestelde basisnormen integriteit (zie kader) als uitgangspunt genomen voor het ontwikkelen van nieuwe instrumenten en methodes. Petit: ‘We hebben zoveel mogelijk geprobeerd om die basisnormen handen en voeten te geven. Zo hebben we een handleiding gemaakt voor managers, met als doel de risico’s van functies in beeld te brengen. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je tot de ontdekking komt dat je voor een gemeentelijk magazijn de uitgifte van materialen beter moet administreren.

 

'Natuurlijk mag je van de medewerker verwachten dat hij integer is, maar je moet hem tegelijkertijd ontmoedigen om de verkeerde dingen te doen. En vooral moet hij op iets kunnen terugvallen als hij de schijn tegen krijgt.’

 

Dat de vertrouwenspersonen integriteit bij de regionale werkgroep kunnen worden ondergebracht, is volgens Petit voor alle betrokkenen een uitkomst. ‘Als we dit niet regionaal zouden hebben opgelost, hadden we nu in Zuid-Limburg twintig vertrouwenspersonen gehad met allemaal een beperkte taak, maar van wie we wel verwachten dat ze goed geëquipeerd en opgeleid zijn.

 

'Nu bieden wij als regio een fatsoenlijke schaalgrootte, en hebben wij mensen kunnen aantrekken van het gewenste niveau en met de juiste kwaliteiten. Bijkomend voordeel is dat de vertrouwenspersonen op enige afstand van de organisatie staan, maar toch niet te ver weg zijn’, aldus Petit.

 

‘Voor ons is dit ideaal’, vult Bep Weijenberg van de gemeente Schinnen aan. ‘Met honderd ambtenaren zijn wij een kleine gemeente. We hebben in het verleden een vertrouwenspersoon gehad voor intimidatie en ongepast, oncollegiaal gedrag. Maar daarvan werd nooit gebruik gemaakt. Die drempel was toch te hoog. Zo’n vertrouwensfunctie moet bij een kleine gemeente op afstand staan. Wij zitten met z’n allen in één gebouw. Iedereen kent iedereen.’

 

Intensief

 

Volgens Peter Boers van de gemeente Sittard-Geleen is het van belang om integriteit voortdurend op de agenda te houden: ‘Themasessies, werkoverleg; je moet er intensief mee bezig zijn. Waar ligt precies de grens? Hoe moet ik me gedragen? Je moet met elkaar in discussie zijn. Dan houd je het ook levend. Je moet ervoor zorgen dat de aandacht niet wegzakt. Bij integriteit denken veel mensen al gauw aan corruptie. Maar het is veel simpeler en veel dichterbij. Het gaat bijvoorbeeld ook om dat persoonlijke stuk dat je op je werk kopieert.’

 

Volgens burgemeester Link is er nog volop werk aan de winkel. Naar zijn zeggen is ‘de cultuur van: we regelen het samen wel’ in elk geval in Schinnen nog niet doorbroken. En hij meent ook dat de integriteitsproblemen in Zuid-Limburg ‘manifester’ zijn dan in Noord-Limburg. Peter Boers is het op dit punt niet met Link eens: ‘Als ik spreek voor Sittard-Geleen, is er beslist geen sprake van een ons-kent-ons-organisatie. En ook van die cultuur “wij regelen wel even wat” hebben wij uitdrukkelijk afstand genomen.’

 

Volgens Link speelt de omvang van de gemeenten hierbij mogelijk een rol. Petit beaamt dit: ‘Bij kleine gemeenten is veel meer sprake van mensen die elkaar kennen, met verschillende petten op, met verschillende rollen. Dat maakt het vaak ook net wat ingewikkelder om het bestuursproces volledig transparant en integer te laten verlopen.’

 

De belangstelling voor de regionale werkgroep blijft intussen toenemen. Niet alleen wil gouverneur Frissen de werkgroep verder opschalen, ook vanuit gemeenten komen er steeds meer vragen. De Midden- Limburgse gemeente Weert maakt inmiddels gebruik van de regionale vertrouwenspersonen. Verder heeft een aantal gemeenten in Midden-Limburg het initiatief genomen om ook een regionale werkgroep op te richten, met het model in Zuid-Limburg als voorbeeld.

 

Peter Boers: ‘Niet alleen uit Limburg, maar ook uit andere delen van het land krijgen wij steeds meer verzoeken om informatie over onze aanpak. We zijn heel druk bezig met integriteit, maar we zijn nog lang niet klaar.’

 

Meer informatie: www.integriteitlimburg.nl

 

Basisnormen integriteit

 

In 2005 stelde het ministerie van Binnenlandse Zaken in overleg met gemeenten en provincies basisnormen integriteit vast. Deze basisnormen vormen het uitgangspunt voor de Regionale Werkgroep Integriteit. Enkele voorbeelden van basisnormen:

 

  • Er wordt regelmatig beoordeeld bij welke werkzaamheden en functies medewerkers integriteitsrisico's lopen en welke maatregelen nodig zijn om risico's te verkleinen.
  • Er is een regeling voor het aannemen van relatiegeschenken en uitnodigingen. Medewerkers weten hoe te handelen wanneer zij relatiegeschenken of uitnodigingen krijgen aangeboden.
  • Er is een vertrouwenspersoon integriteit. Medewerkers en bestuurders kunnen daarbij terecht als zij kwesties op het gebied van integriteit (vertrouwelijk) willen bespreken.

 

Gouverneur wil wettelijke borging

 

Léon Frissen, commissaris van de koningin in Limburg, vindt dat hijzelf en zijn ambtsgenoten zo snel mogelijk wettelijk verantwoordelijk moeten worden voor het integriteitsbeleid in hun provincies. De gouverneur hoopt dat zijn partijgenoot minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) doorgaat met de eerder door zijn voorganger Ter Horst aangekondigde wijziging van de Provinciewet.

 

Frissen wijst erop dat de Regionale Werkgroep Integriteit zich richt op de operationele kant: ‘Voor de bestuurlijke inbedding voel ik me verantwoordelijk.’ PvdA’er Ter Horst wilde als minister van Binnenlandse Zaken zowel de verantwoordelijk- en bevoegdheden van burgemeesters, als die van commissarissen van de koningin wettelijk vastleggen.

 

Een prima voorstel, vindt Frissen. ‘Ik heb alle burgemeesters gevraagd aan mij te rapporteren over het integriteitsbeleid. Dat heb ik gedaan omdat ik vind dat ik het moet doen. Maar een wettelijke basis ontbreekt. Een commissaris van de koningin heeft formeel geen relatie met het integriteitsbeleid van een burgemeester of gemeente, en dat vind ik een gemis’, zegt Frissen.

 

De gouverneur juicht de aanpak van de regionale werkgroep toe. ‘Het zou mij een lief ding waard zijn als we die werkgroep kunnen opschalen, en in de hele provincie op dezelfde manier kunnen gaan werken. De werkgroep zorgt ervoor dat je meer expertise in huis hebt, en dat je als organisatie dóórontwikkelt.’

 

Volgens Frissen is het in januari 2009 aan het licht gekomen corruptieschandaal rond wegenbouwer Janssen de Jong Infra, waarbij diverse Limburgse gemeente- en provincieambtenaren bleken te zijn omgekocht, ‘een ijkpunt’ geweest. ‘Toen hebben we met zijn allen gezegd: dit kan zo niet, het moet nu echt anders. Binnen een overheidsorganisatie moet er gestructureerd aandacht zijn voor integriteit. Je kunt je beleid wel op orde hebben, maar het gaat ook om die operationele kant. En je moet periodiek toetsen of je op koers ligt. De regionale werkgroep biedt daarvoor goede handvatten.’

 

Frissen heeft moeite met het beeld dat zich in Limburg meer integriteitsschendingen voordoen dan elders. ‘Het probleem is hier echt niet groter dan in de rest van Nederland, kwantitatief noch kwalitatief. Maar die beeldvorming is echt desastreus. Daar kúnnen we niet genoeg aandacht aan besteden. We willen af van het imago dat we er niets aan doen.’

Verstuur dit artikel naar Google+