of 59108 LinkedIn

'Modern én diepreligieus'

De volgelingen van de Gülenbeweging moeten openheid van zaken geven, stelt Martin van Bruinessen, hoogleraar vergelijkende studie van moderne moslimsamenlevingen aan de Universiteit Utrecht.

De Tweede Kamer ontvangt binnenkort het resultaat van zijn onderzoek naar de omstreden beweging. Hij schreef het rapport in opdracht van voormalig integratieminister Eberhard van der Laan naar aanleiding van een NOVA-uitzending over de islamitische indoctrinatie van kinderen op een internaat van Gülen-volgelingen.

 

Tot de presentatie aan de Kamer verhult Van Bruinessen zijn precieze conclusies, maar zijn visie (‘niet in tegenspraak met wat er in het onderzoek staat’) geeft hij wel. Van Bruinessen heeft kritiek op de ondoorzichtige structuur van de aan de Gülenbeweging gelieerde organisaties, waaronder behalve de Stichting Witte Tulp ook de Stichting Islam en Dialoog, de Dialoog Academie (platform van academici), Stichting Cosmicus (middelbaar onderwijs) en ondernemersvereniging Hogiaf:

 

‘Het lijkt erop dat de beweging net als de Moslimbroederschap georganiseerd is in cellen, die onderling geen contact hebben. Er is wel sprake van verticale communicatie, maar waar de directieven vandaan komen en hoe de gezagslijnen precies lopen, is niet duidelijk. Ook vind ik dat ze veel opener moeten zijn. Ik heb ze er herhaaldelijk op gewezen dat het nogal merkwaardig is om bijvoorbeeld als Stichting Islam en Dialoog een debat te organiseren, zonder dat de ander weet met wie hij nu eigenlijk in gesprek is. Bovendien gaat de dialoog nooit over henzelf.’

 

De beweging van de Turkse prediker Fethullah Gülen bestaat volgens de hoogleraar uit mensen die veel bidden en hard werken. De volgelingen zijn ‘modern en seculier in het publieke domein, en diep religieus en moreel-conservatief in het privédomein’. Enerzijds staan ze midden in de samenleving, anderzijds koesteren ze conservatieve denkbeelden.

 

‘Mannen zijn de baas binnen de organisatie, en in de private sfeer is er een strikte scheiding tussen het mannen- en het vrouwendomein. Een man zal een vrouw nooit recht in de ogen kijken, omdat hij niet seksueel verleid wil worden. Seks is sowieso een moeilijk onderwerp. Homoseksualiteit is verboden, euthanasie is onacceptabel. En ze verwerpen de evolutieleer.’

 

Ook van vrouwen wordt verwacht dat ze na hun studie een goede baan vinden. ‘Al willen de mannen anderzijds wel graag dat hun vrouw thuis blijft en voor de kinderen zorgt. Dus daar zit een spanning.’

 

Van Bruinessen ziet de laatste tijd een ontwikkeling in de richting van meer soepelheid op allerlei gebieden. ‘De denkbeelden van Fethullah Gülen zelf zijn veranderd onder invloed van zijn verblijf in Amerika. Hij spreekt zich tegenwoordig zo nu en dan positief uit over de ideeën van andersdenkenden.’

 

Van Bruinessen denkt te begrijpen waarom wethouders en andere politici het goed kunnen vinden met de Gülen-volgelingen: ‘Ze scoren heel hoog op in elk geval twee criteria voor integratie: schoolsucces en arbeidsparticipatie. Ze zijn goed opgeleid, spreken de taal uitstekend en trekken geen steun. Waarschijnlijk is dat wat ze aantrekkelijk maakt voor politici en bestuurders. Dat ze meisjes oproepen een hoofddoekje te dragen, is dan niet zo belangrijk, zou je kunnen zeggen. Als je die school maar afmaakt en een baan vindt, wat maakt het dan uit dat je een hoofddoek draagt?’

Verstuur dit artikel naar Google+