Verdwaald
Op 6 augustus 2007 krijgt Osman Ahmed Babiker in zijn eigen huis in Amsterdam-Noord klappen van een paar Marokkaanse hangjongeren uit de buurt. Hij had de jongens gevraagd niet langer in zijn vensterbank te zitten en tegen de ramen te bonken. Hij wordt bewusteloos geslagen. Babiker vertelt in zijn aangifte waar een van de jongens woont. Volgens de politie Amsterdam- Amstelland is er ‘buurtonderzoek gehouden, maar heeft dit niet tot mogelijke verdachten geleid’.
Proces-verbaal nummer 2007213382-1 is slechts één van de honderden documenten die Soedanees Osman Babiker (44) in plastic tasjes met zich meesjouwt. De voormalige asielzoeker is elf jaar in Nederland, spreekt de taal niet, maar heeft méér met Nederlandse overheidsdiensten te maken gehad dan de gemiddelde Nederlander in een heel mensenleven. De draagtasjes bevatten brieven van de Nationale en de Gemeentelijke Ombudsman, het UWV, de Dienst Werk & Inkomen van de gemeente, de Immigratie- en Vreemdelingendienst (IND), de schuldhulpverlening, de politie, de belastingdienst, milieuambtenaren, twee energiebedrijven, een woningcorporatie, de GGZ, diverse ziekenhuizen, maatschappelijk werk, advocaten, de rechtbank, keuringsartsen en deurwaarders.
Geen van de brieven kan Babiker zelf lezen omdat hij de Nederlandse taal niet machtig is - hij spreekt alleen Arabisch en Engels. Mede daardoor stapelen de problemen zich op. Aanmaningen, vorderingen, dwangbevelen, sommaties: de instanties blijven de Soedanees bestoken met papier, maar in zijn omstandigheden treedt geen enkele verbetering op. Anno 2009 is zijn situatie uitzichtloos. Als gevolg van aantoonbare fouten bij de behandeling van Babikers asielaanvraag kreeg hij zijn verblijfstitel pas in 2002. Daardoor valt hij nu onder de regeling dat hij eerst Nederlands moet beheersen voordat hij een Nederlands paspoort kan aanvragen. De taal leren lukt echter niet vanwege zijn psychische problemen, erkennen medici. Zonder paspoort durft hij niet op bezoek te gaan in Soedan. Zijn vrouw en zijn kind - inmiddels 12 jaar oud - heeft hij al elf jaar niet meer gezien. Osman Babiker is wanhopig. Osman Babiker is verdwaald in Nederland.
Asiel afgewezen
Zijn verhaal begint op 9 september 1998. Babiker, als familielid van de voormalige Soedanese premier Sadiq al-Mahdi deel uitmakend van het oppositiekamp in Soedan, vraagt asiel aan in Nederland. Vier periodes van detenties en jarenlange pesterijen door de Soedanese autoriteiten hebben hem tot een lichamelijk en psychisch wrak gemaakt. Volgens de IND maakt Babiker, die als arts is opgeleid in Servië, echter onvoldoende aannemelijk dat hij politiek in de problemen zit. Zijn asielaanvraag wordt afgewezen en de rechter wijst zijn bezwaar hiertegen af. Babiker moet Nederland verlaten, maar doet dat niet.
In 2001 gaat het hoofdkantoor van Amnesty International in Londen zich met de zaak bemoeien. Met documenten onderbouwd betoogt Amnesty bij de IND dat Babiker wel degelijk moet vrezen voor vervolging in Soedan. Tijdens die tweede procedure wordt Babiker zo depressief dat hij zich onder behandeling laat stellen bij het toenmalige RIAGG. ‘De heer Babiker is in staat veel te verpesten; hij is gauw boos, zegt dan onzin of zegt niets meer’, schrijft de Werkgroep Opvang Uitgeprocedeerden in januari 2002 aan Vluchtelingenwerk.
In juni 2002 ziet Babiker het niet meer zitten. Hij wil zijn geluk gaan beproeven in Engeland of Amerika en vraagt de IND om zijn paspoort en zijn doktersdiploma. Die documenten blijken kwijt. Via Vluchtelingenwerk en een advocaat wendt Babiker zich tot de Nationale Ombudsman. Tijdens diens onderzoek, op 10 juli 2002, krijgt Babiker alsnog een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, gedateerd op 22 januari 2002. Drie jaar later wordt die omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het doktersdiploma komt nooit meer boven water.
Arme wijk
De depressieve, eenzame vluchteling krijgt een woning toegewezen in de Vogelwijk in Amsterdam- Noord. Achterstandswijk is een eufemisme voor de straatarme vooroorlogse enclave. ‘Het is een wijk met nogal wat roering. Fietsen worden doorlopend kapotgemaakt, straatcoaches zie je hier nooit. Ik kan me best voorstellen dat mensen er hier genoeg van krijgen’, zegt een buurvrouw van Babiker. ‘Hier vindt pure terreur plaats’, zegt Nettie Gruson, die als maatschappelijk werkster met Babiker te maken krijgt. Ze is al 22 jaar werkzaam bij Doras Maatschappelijk Werk in ‘Noord’ en ze kent haar pappenheimers. ‘Er zijn er hier al wel meer de wijk uitgepest.’
Marokkaanse hangjongeren laten het oog vallen op Babiker en vanaf 2004 rijgen de incidenten zich aaneen. Discussies, schermutselingen, pesterijen, rommel die in zijn tuin wordt gedumpt. De imam, de buurtregisseur van politie en woningstichting De Key worden ingeschakeld. Van die laatste instantie krijgt Babiker het telefoonnummer van het Meldpunt Extreme Overlast, en het advies zich elke keer tot de politie te wenden ‘zodat er een dossier kan worden opgebouwd’. De corporatie vraagt hem ‘een soort van dagboek van de klachten bij te houden en dit schriftelijk aan ons door te geven’.
Het haalt allemaal niets uit. In juli 2004 vraagt Babiker om van woning te mogen ruilen. Hij vindt een geschikt huis, betaalt 80 euro administratiekosten, en krijgt op 2 september antwoord : ‘Uit het rapport is gebleken dat er geen sprake is van een zwaarwegend belang. Daarom delen wij u mee niet in te stemmen met de voorgenomen ruil. Via een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter kunt u alsnog proberen toestemming te krijgen’. De 80 euro is Babiker kwijt.
Rond die tijd begint hij ook weg te zakken in een financieel moeras, zo blijkt uit zijn dossier dat in bezit is van Binnenlands Bestuur. De aan Babiker toegewezen woning is eigenlijk te groot en te duur. De Soedanees kan de huur amper opbrengen en heeft aanvankelijk geen weet van huursubsidie. Als hij die na een paar maanden alsnog met terugwerkende kracht krijgt, koopt hij van dat geld een bed. De bijzondere bijstand die hij hier ook voor had kunnen aanvragen, loopt hij later mis omdat de aankoop al is verricht.
Bizar
Omdat de huursubsidie is opgegaan aan meubels kan Babiker de huur opnieuw niet meer betalen. Een baan heeft hij niet, vanwege zijn psychische problemen is hij volledig arbeidsongeschikt verklaard en vrijgesteld van sollicitatieplicht. Van zijn bijstandsuitkering krijgt hij de eindjes niet meer aan elkaar geknoopt. Het maatschappelijk werk doet wat het kan, maar stuit op bizarre constructies. Gruson: ‘Babiker kreeg een bon van de milieupolitie. Hij had een vuilniszak aan de straat gezet die buren bij hem in de tuin hadden gegooid. De boete was 75 euro. Die had hij niet. Dus liep het al snel op tot 160 euro. Ik heb daar een enorme correspondentie over gevoerd, maar het was zonde van de tijd. Hij moest hoe dan ook betalen. Uiteindelijk hebben we daar de langdurigheidstoeslag voor gebruikt die je krijgt als je al langer dan drie jaar in de bijstand zit. Dit is echt Kafka, dit is echt krankzinnig’. In een van de brieven aan de milieupolitie schrijft Gruson: ‘De heer Babiker is slecht op de hoogte van onze regelgeving. Hij loopt bij de psychiater omdat hij gek wordt van onze ambtenarij.’
Osman Babiker krijgt steeds grotere problemen met de woningstichting en met energieleverancier Nuon. Beiden slepen hem voor de rechter en winnen hun zaak. Om te voorkomen dat hij op straat wordt gezet, wendt hij zich weer tot een advocaat. Om deze te kunnen betalen, krijgt hij een lening van de sociale dienst, die elke maand een bedrag van de uitkering inhoudt. ‘Dat gebeurt nu ook al voor een andere schuld die u bij de sociale dienst heeft’, wordt Babiker keer op keer bericht.
Begin 2005 bemoeit de Gemeentelijke Ombudsman zich met Babikers situatie. Hij bemiddelt tussen de woningstichting, Nuon, de Soedanees en de Gemeentelijke Kredietbank. Die laatste dienst verwijst Babiker weer terug naar de sociale dienst. Die houdt uiteindelijk huur, extra aflossingen en energiekosten in. Medio 2005 krijgt Babiker maandelijks nog 6,80 euro op zijn rekening gestort.
Op 8 februari 2006 laat de sociale dienst weten dat Babikers uitkering zelfs ‘negatief uitkomt’. Er wordt inmiddels méér ingehouden dan waar hij maandelijks recht op heeft. Of Babiker ‘de premie voor de collectieve basisverzekering en de premie voor AV Plus Amsterdam’ voortaan zelf wil betalen, ‘om ervoor te zorgen dat uw uitkering betaalbaar wordt gesteld’. Babiker begrijpt het weer niet, doet niets, en het volgende probleem is geboren. Het is allemaal dweilen met de kraan open. De dienst belastingen van de gemeente Amsterdam komt in juli 2006 met een dwangbevel en laat beslag leggen op zijn uitkering. In september 2006 belandt Babiker uiteindelijk in de schuldhulpverlening.
Treiteren
In de tussentijd blijven de jongeren in Amsterdam- Noord de Soedanees treiteren. De woningcorporatie verwijst Babiker in maart 2006 naar de Dienst Wonen. ‘Deze instantie kan eventueel een voorrangsverklaring verstrekken om zo andere woonruimte te vinden’, schrijft de corporatie. Het is slechts een hypothetische oplossing: omdat Babiker in de schuldhulpsanering zit mag hij geen geld uitgeven voor gordijnen, vloerbedekking en dergelijke. ‘Verhuizen kan dan dus niet’, concludeert het maatschappelijk werk.
Tegen deze tijd is er een heel leger aan ambtenaren en hulpverleners bezig geweest met de voormalige asielzoeker. Als Babiker de wachtlijst van maatschappelijk werk heeft doorlopen en een intakegesprek heeft, rapporteert een functionaris: ‘Hij heeft duizenden papieren, ik ben begonnen die te ordenen.’
Babiker zelf is ten einde raad en loopt de deur plat bij dokters en psychische hupverleners. Een psychiater maakt Babiker schriftelijk duidelijk dat hij hem ‘kalmerende medicijnen kan geven en hem kan helpen om te gaan met zijn problemen, maar die niet voor hem kan oplossen’. Een psycholoog meldt aan de Dienst Werk en Inkomen: ‘Cliënt zit verstrikt in problemen van depressieve aard, lichamelijke klachten als hoge bloeddruk, en psychosociale problemen zoals overlast in de buurt.’ En maatschappelijk werk noemt Babiker een ‘ontgoochelde man die na zijn vlucht naar Nederland alleen maar tegenslag heeft gekend. Hij zit in een vicieuze cirkel van doelloosheid’.
Babiker mist zijn familie. Overkomen kunnen ze niet en zelf waagt hij zich niet aan een reis naar Soedan zolang hij geen Nederlands paspoort heeft. Om dat te verkrijgen, moet hij eerst het inburgeringsexamen behalen, maar vanwege zijn psychische problemen kan hij zich niet concentreren op de studieboeken. Een neuropsycholoog concludeert dat het examen nu en in de toekomst voor hem te hoog gegrepen is. De enige uitweg is het aanvragen van vrijstelling van het examen.
Babiker vraagt een ontheffingskeuring aan à raison van 219 euro. Volgens de keurende arts zijn er ‘aanwijzingen voor forse psychiatrische problematiek’ en is het ‘voorbereiden op en het volgen van een examen voor betrokkene op dit moment niet mogelijk’. Maar de arts durft niet te voorspellen dat dit de komende vijf jaar zo blijft. Met een ‘goed behandelprogramma’ kan Babiker wellicht uit zijn staat van lethargie worden getild. Op grond van dit advies in september 2007 komt de vrijstelling er niet.
Een derde arts, die voor de sociale dienst in april 2009 een reïntegratie-advies schrijft, oordeelt dat het leervermogen niet zal verbeteren: ‘Mijns inziens dient cliënt te worden vrijgesteld van verplichte inburgering.’
Maatschappelijk werkster Gruson: ‘Geef die man gewoon een paspoort, alleen al vanwege het feit dat de IND zijn papieren is kwijtgeraakt. Als hij kan reizen en zijn familie kan zien, raakt hij misschien ook weer gemotiveerd voor andere dingen. Moet je zo iemand na tien jaar nou echt nog eens naar het ROC jagen? Al dat gemuggenzift, al die achterlijke regels.’
Klantcontacten
Op verzoek kijkt Gruson in het computersysteem eens na hoe vaak maatschappelijk werk met Babiker te maken heeft gehad. Vanaf 21 juni 2006 zijn er 233 ‘klantcontacten’ geweest met de Soedanees: bezoekjes, gesprekken, telefoontjes, brieven. Ze kent de man als geen ander. ‘Hij heeft een moeilijke persoonlijkheidsstructuur. Hij is heel dwingend. Dat maakt het vinden van oplossingen soms ook erg lastig’, zo overziet ze het dossier. ‘Osman Babiker is een beschadigde, eenzame man, wiens bestaan moeilijk wordt gemaakt door de regels. We hebben een héél ingewikkelde samenleving, die is voor de gemiddelde Noorderling al moeilijk te doorgronden.’
Minister Van der Laan (Integratie, PvdA) heeft in juni aan de Tweede Kamer toegezegd de individuele gevallen waar de Wet inburgering knelt, te bekijken en na de zomer met voorstellen te komen. Babiker heeft de moed inmiddels opgegeven: ‘Ik begrijp deze samenleving niet. Al dat papierwerk, ik snap het gewoon niet. I feel lost here.’ Het belangrijkste voor hem is het probleem met de Nederlandse nationaliteit, zegt hij zelf. ‘Met een Nederlands paspoort raken ze me in Soedan niet aan, dan zal de Nederlandse ambassade me beschermen. Ik móet naar Soedan, ik móet mijn familie zien.’
‘Geduldiger en socialer’
‘Al die regels vormen voor Osman Babiker een te groot moeras’, zegt Marion Haring, de advocaat die hem bijstond in zijn zaak tegen de Nuon. ‘Zelfs ik heb soms het overzicht niet. Babiker wist de weg niet naar al die regelingen waar hij recht op had. Incassokosten spelen een grote rol in dit dossier. Voor je het weet is zo’n schuld daardoor verdubbeld.’ Volgens de advocaat heeft de overheid hier een verantwoordelijkheid: ‘Woningbouwverenigingen zouden soms geduldiger en socialer moeten zijn; bij de sociale dienst zou iemand moeten zitten die zo’n dossier echt overziet, en het maatschappelijk werk zou geen wachtlijsten moeten hebben want de problemen worden dan alleen maar groter. Ik zie het zó vaak: mensen komen bij ons vanwege een juridisch probleem, maar daar zitten dan meestal heel veel andere kwesties aan vast. En al die verschillende hulpverleners gaan allemaal over iets anders.’


