Door Erik Gerritsen • 21.03.10
De basisweeffout in het huidige jeugdzorgstelsel is dat er vele perverse (financiële) prikkels zijn die het gedrag ontmoedigen dat nodig is om het beste resultaat voor kwetsbare kinderen te bereiken. Dit punt heb ik in vorige weblogs uitgebreid toegelicht. In essentie gaat het om de opwaarts stuwende krachten - naar onnodig zware vormen van jeugdzorg - die in het huidige stelsel alle ruimte krijgen. Specifiek voor de gesloten jeugdzorg, of het nu om de civielrechtelijke variant (tegenwoordig Jeugdzorg Plus geheten) gaat of om de strafrechtelijke variant (de eerste naamswijzigingen zijn al in aantocht van Justitiële Jeugdinrichting naar forensisch behandelcentrum), betekent dit dat de beschikbare capaciteit na verloop van tijd automatisch volledig benut zal worden en vervolgens weer tot wachtlijsten zal leiden.
De overcapaciteit die recent is ontstaan bij de JJI's wordt veroorzaakt door een majeure capaciteitsuitbreiding van de (gesloten) jeugdzorg Plus capaciteit. Overigens deels door een aantal bestaande JJI's "om te hangen" naar jeugdzorg Plus. Het "goede nieuws" is dat er daardoor formeel sinds begin 2010 geen civielrechtelijke kinderen meer in een strafrechtelijke instelling zitten. Materieel moet er overigens nog veel gebeuren. Van het simpelweg verhangen van het naambordje naar echte verbetering van het behandelklimaat.
Maar ik voorspel dat we - ondanks de forse capaciteitsuitbreiding - binnenkort weer te maken krijgen met nieuwe wachtlijsten in de jeugdzorg Plus. Het mechanisme van "opwaartse stuwing" werkt hier als volgt. De wachtlijsten in de ""gewone" jeugdzorg zullen vanwege het wegvallen van de incidentele wachtlijstgelden uit 2009 ook weer gaan oplopen. Iets eerder in de grootstedelijke regio's dan in de provincies omdat die nog fors zelf bijfinancieren. Deze weer oplopende wachtlijsten in de gewone jeugdzorg leiden vervolgens tot het volgende dilemma voor medewerkers van Bureau Jeugdzorg. Bij gebrek aan beter (gewone jeugdzorg) toch maar kiezen voor gesloten jeugdzorg als "second best" en in ieder geval beter dan het kind simpelweg op straat zetten of in een onveilige opvoedsituatie laten zitten of daarvoor niet kiezen en net zo lang blijven leuren en sleuren totdat er wel een reguliere plek is. In het laatste geval is de kans groot dat de situatie van het kind in de tussentijd zo verergert dat vanzelf alsnog een situatie ontstaat waarin geïndiceerde gesloten jeugdzorg nodig is. Hoe dan ook fungeert de gesloten jeugdzorg als afvalputje.
Voeg daarbij de zich aandienende trend dat kinderrechters, naar aanleiding van de capaciteitsuitbreiding, ook meer civielrechtelijke machtingen afgeven waar ze eerder gewoon een strafrechtelijke machtiging afgaven en het plaatje is compleet. Minister Rouvoet zou er voor de korte termijn dan ook goed aan doen om de met sluiting bedreigde JJI's nog maar even op de spaarbrander te zetten. Ze zouden wel eens zeer binnenkort nodig kunnen zijn om de nieuwe wachtlijsten bij de jeugdzorg Plus weg te werken. Deels gewoon als JJI (of als "forensisch behandelcentrum", what's in a name?), en deels als additionele jeugdzorg Plus capaciteit. Zolang de politiek niet kiest voor een fundamentele systeemwijzing qua financieringssystemen is dit de enige mogelijkheid die de minister heeft. Ja, dat is symptoombestrijding, maar je kunt al die kwetsbare kinderen die acuut en ernstig in hun veilige ontwikkeling worden bedreigd moeilijk in de kou laten staan ook al had een groot deel van die acute bedreiging voorkomen kunnen worden.
Met dit alles is geenszins gezegd dat gesloten jeugdzorg niet nodig is. Ook in een gezond systeem blijft het een onmisbare schakel, zoals blijkt uit onderstaand verhaal van één van mijn jeugdbeschermers Lisa de Bruin.
"Het is begin 2007 als Truus voor het eerst met Bureau Jeugdzorg in contact komt via een voorlopige ondertoezichtsstelling. Er zijn dan ernstige zorgen om Truus. Er is sprake van problematiek in de ouder- kind relaties die gepaard gaat met heftige ruzies en conflicten. Er zijn ook fysieke aanvaringen tussen moeder en kind. Omdat het voor moeder niet meer te houden is en het gedraag van Truus verergert wordt zij uit huis geplaatst. Vanaf dat moment gaat Truus naar verschillende opvang en hulpverleningsadressen. Truus wordt geplaatst in een gesloten instelling. Truus is al die tijd nog steeds opstandig, houdt zich niet aan de regels en ligt met ouders en groepsleiding in conflict. Daarbij is Truus erg extreem in haar emoties en is zij agressief. Bovendien gaat Truus niet naar school. Ouders zitten met hun handen in het haar en de gezinsvoogd doet veel moeite om in gesprek te gaan met Truus en zoekt een andere plaatsing voor haar waar zij een passende behandeling kan krijgen.
Uiteindelijk vindt de gezinsvoogd een plek in een andere gesloten instelling waar Truus behandeling krijgt voor de dan vastgestelde ontwikkelende borderline stoornis. Door deze behandeling heeft Truus inzicht gekregen in haar eigen gedrag en handelen. Truus heeft creatieve therapie gevolgd, leren communiceren en leren omgaan met emoties en haar ontwikkelende borderline stoornis. Binnen een half jaar is Truus klaar met haar behandeling en zijn alle doelen behaald. Ze heeft genoeg geleerd en kan bij haar moeder met partner gaan wonen. Truus krijgt nabehandeling en ondersteuning van de gezinsvoogd.
Tot op heden gaat het goed met Truus. Haar moeder is tevreden en heeft een goede relatie met haar dochter. Truus heeft een passende opleiding gevonden en is daarvoor zeer gemotiveerd. Zij gaat elke dag naar school en haar docent is zeer over haar te spreken. Met teleurstellingen en emoties kan Truus goed omgaan, ze kan om hulp vragen als zij dit nodig heeft en doet dit ook. De ondertoezichtstelling kan inmiddels worden afgesloten. Zowel Bureau Jeugdzorg, de behandelinstelling als het gezinssysteem zien dat de situatie 180 graden gedraaid is. Dezelfde Truus die ruim 2 jaar geleden Bureau Jeugdzorg vervloekte en niet in een gesloten instelling geplaatst wilde worden, is nu dankbaar. Nu is Truus blij dat ze deze weg heeft afgelegd, het was een zware periode voor haar en het gezin, maar er is een prachtig resultaat behaald. Iedereen is trots op Truus en Truus maakt waar wat ze heeft geleerd. In het laatste gesprek met de gezinsvoogd vertelde Truus trots dat zij een bijbaantje heeft gevonden. Truus nodigt de gezinsvoogd uit om langs te komen."
Kortom, gesloten jeugdzorg is en blijft belangrijk, maar er is meer nodig dan het verhangen van bordjes en naamswijzigingen om te voorkomen dat er een onnodig groot beroep op wordt gedaan.
Reageer
Vul het onderstaande formulier in en klik op de knop 'Reageren' om uw reactie in te zenden.

Raadsgriffier | Gemeente Ooststellingwerf
Klantmanager WWB | Regio Utrecht
Energieke Technisch Informatiebeheerder | Amsterdam
Teammanager FO Financiën | Haarlem
Wilt u als gemeente de aanvraagprocessen vereenvoudigen en versnellen? Werk dan met Kluwer Snelbalie. Dit programma heeft door de unieke combinatie van kennis en informatie alles in huis voor baliemedewerkers om aanvragen snel, correct en eenduidig af te handelen.