of 59236 LinkedIn

Beëindigen overeenkomst met betrekking tot kabels en leidingen, kan dat zomaar?

AfbeeldingIn het verleden hebben veel gemeenten privaatrechtelijk overeenkomsten gesloten met kabel- en leidingexploitanten. Steeds vaker willen gemeenten deze privaatrechtelijke overeenkomsten vervangen door een publiekrechtelijke regeling. Is beëindiging van de privaatrechtelijke overeenkomsten in alle gevallen mogelijk en zo ja, waar moet je als gemeente dan op letten? Aan de hand van de op 11 oktober 2017 gepubliceerde uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:8035) zal ik (onder meer) deze vragen beantwoorden.

Relevante feiten 

  • Liander verzorgt het netbeheer in Gelderland en in (gedeelten van) Friesland, Noord-Holland, Flevoland en Zuid-Holland.
  • De gemeente Voorst (hierna: “de gemeente”) valt binnen het verzorgingsgebied van Liander.
  • In de periode van 1923 tot en met 2004 heeft de gemeente met (de rechtsvoorgangers van) Liander privaatrechtelijke overeenkomsten gesloten op grond waarvan Liander – kort gezegd – leidingen mag leggen, hebben en onderhouden in gemeentegrond.
  • Op 1 januari 2014 is de ‘Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014’ in werking getreden. Op grond van de Verordening wordt een directe belasting geheven voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven gemeentegrond.
  • De gemeente heeft de privaatrechtelijke overeenkomsten met Liander bij brieven van 25 april en 19 juni 2014 opgezegd tegen 1 november 2014.
  • Op 1 januari 2015 is de ‘Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Voorst 2015’ in werking getreden. Op grond van deze Verordening is het zonder vergunning van de gemeente verboden om kabels en leidingen in  gemeentegrond aan te leggen en te laten liggen.
  • De gemeente heeft tevens de ‘Verlegregeling Voorst 2015’ vastgesteld met daarin opgenomen beleidsregels over nadeelcompensatie bij het verleggen van kabels en leidingen.


Inventarisatie

Als een gemeente de bestaande privaatrechtelijke overeenkomsten met de kabel- en leidingenexploitanten wil beëindigen en wil vervangen door een publiekrechtelijke regeling, zal zij allereerst moeten inventariseren welke overeenkomsten zij in het verleden heeft gesloten. 

Vervolgens zal per overeenkomst beoordeeld moeten worden of de betreffende overeenkomst opgezegd kan worden, en zo ja, wanneer dit mogelijk is. Of een overeenkomst opzegbaar is en wanneer opzegging mogelijk is, wordt onder meer bepaald door de inhoud van de overeenkomst en de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. 


Uitgangspunten 

  • Een overeenkomst, die voor bepaalde tijd is gesloten, kan in beginsel niet voor het einde van de overeengekomen periode worden beëindigd. Dit is anders als er in de overeenkomst is vastgelegd dat tussentijdse beëindiging mogelijk is.
  • Een overeenkomst, die voor onbepaalde tijd is gesloten, kan in beginsel op ieder tijdstip worden beëindigd.
  • Als de overeenkomst of de wet een opzegtermijn voorschrijft, moet deze opzegtermijn in acht worden genomen.
  • Als de overeenkomst of de wet opzeggingsgronden voorschrijven, kan de overeenkomst alleen worden opgezegd als één van die opzeggingsgronden zich voordoet.
  • Als de wet en de overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat (HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3821).
  • Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (De Ronde Venen/SNU - Stedin)).
  • Het voorgaande neemt niet weg dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar kan zijn (HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:660 (Gooisch Natuurreservaat c.s./gemeente Amsterdam)).
  • De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijze aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 (Haviltex)). 


Bepaalde of onbepaalde tijd

De vraag, die het hof allereerst heeft beantwoord, is of één van de overeenkomsten kwalificeert als een overeenkomst voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. In artikel 4 lid 1 van de overeenkomst is het volgende vastgelegd:

“De Gemeente verleent door onderteekening dezer overeenkomst aan de Vennootschap voor zoodanigen duur als naar het oordeel der Vennootschap voor de uitvoering van haar bedryf noodig zal blyken, kosteloos het uitsluitend recht, werken tot geleiding,  transformeering, verdeeling en leverijng van elektriciteit en de daarmee in verband staande beveilings- en ondersteuningswerken te hebben, aan te brengen, in stand te houden en te verwyderen in, op, aan, door of boven gemeentelyke gronden, wegen, wateren en andere eigendommen der gemeente.”. 

Het hof heeft geoordeeld dat voor de kwalificatie van een overeenkomst voor bepaalde tijd noodzakelijk is dat het intreden van het einde ervan objectief bepaalbaar is. In dit geval kon Liander zelf het einde van de overeenkomst bepalen en was het einde dus niet objectief bepaalbaar. Het hof heeft dan ook vastgesteld dat de overeenkomst, net zoals de andere overeenkomsten, kwalificeert als een overeenkomst voor onbepaalde tijd.


Opzeggen 

Als vast komt te staan dat een overeenkomst opgezegd kan worden, zal deze vervolgens moeten worden opgezegd. 


Zwaarwegende grond voor opzegging noodzakelijk

De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat (HR 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3821).

In het arrest De Ronde Venen/SNU – Stedin (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de gemeente De Ronde Venen geen zwaarwegende grond voor opzegging van de (duur)overeenkomsten met de kabel- en leidingexploitanten nodig had. 

Het hof heeft vastgesteld dat de situatie van de gemeente Voorst anders is dan de situatie, die leidde tot het arrest De Ronde Venen/SNU – Stedin. 

Op grond van de tussen de gemeente De Ronde Venen en SNU gesloten (duur)overeenkomsten was SNU geen tegenprestatie verschuldigd voor het hebben van kabels en leidingen in gemeentegrond. De nieuwe verordening van de gemeente De Ronde Venen bracht geen verandering in die situatie. In de onderhavige situatie is dat wel het geval. Het hof overweegt onder meer: 

“Uit de aard van de overeenkomsten volgt dat deze zijn aangegaan met het oog op een langdurige samenwerking tussen partijen ten gunste van de openbare energievoorziening. (…). Liander heeft uit de inhoud van de overeenkomsten (…) afgeleid en ook mogen afleiden dat zij voor de uitvoering van haar taak kabels en leidingen in de gemeentegrond mocht hebbem, waarvoor zij tijdens de daarvoor benodigde ligduur geen vergoeding aan de gemeente verschuldigd was of zou worden. Dit is ook in lijn met de maatschappelijke opvattingen, zoals deze blijken uit de per 1 juli 2017 in werking getreden Wet tot wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet in verband met het beperken van de heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut (Stb. 2017, 157). De wetgever heeft zich daarin expliciet over de onwenselijkheid van precarioheffing uitgesproken. (…).

Bij de overeenkomsten is met de energievoorziening, onderwerp van deze overeenkomsten, ook een groot maatschappelijk belang betrokken. Weliswaar is de voortzetting daarvan zonder die overeenkomsten niet bij voorbaat in gevaar, maar Liander heeft gesteld dat zij volgens de wettelijk gereguleerde tariefstructuur door haar gemaakte kosten doorberekent aan haar afnemers. Daardoor is het risico aanwezig dat deze afnemers van die opzegging mede de gevolgen zullen dragen en derhalve in hun ook door de wetgever onderschreven belang bij minimalisatie van maatschappelijke kosten als de onderhavige worden geschaad. Dit klemt eens temeer nu daardoor ook inwoners van andere gemeenten dan de gemeente Voorst (binnen het verzorgingsgebied van Liander) worden getroffen.

Het hof ziet in al het voorgaande reden voor zijn oordeel dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval in deze zaak meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat.”. 

Het hof komt vervolgens tot de conclusie dat een zwaarwegende grond voor opzegging ontbreekt. Het hof overweegt onder meer:

“De reden voor de onderhavige opzeggingen is, zo blijkt uit de stukken van de gemeente, er niet in gelegen dat de gemeente de desbetreffende openbare nutsvoorziening in haar gemeente niet langer zou wensen, maar is, naar het hof begrijpt, naast gewijzigde verhoudingen tussen overheden en netbeheerders, de wens alle netbeheerders uniform publiekrechtelijk te normeren en de bestaande verlegregeling te wijzigen, voor een belangrijk deel gelegen in het scheppen van de mogelijkheid precariobelasting te heffen.”. 

“Het gereden belang inkomsten uit (algemene) belastingen te genereren, kan de onderhavige opzeggingen niet rechtvaardigen, te minder nu deze in zoverre mede voor rekening van andere afnemers dan haar burgers zullen kunnen komen. De gewijzigde verhouden tussen overheden en netbeheerders, de wens alle netbeheerders uniform publiekrechtelijk te normeren en de wijzigingen van de verleggingsregeling, leveren tegen die achtergrond voor opzegging van de overeenkomst nog onvoldoende (tegen)wicht (…).”. 

Het hof stelt dan ook vast dat de opzegging van de overeenkomsten niet rechtsgeldig is en dus zonder rechtsgevolg is gebleven.


Opzegtermijn en/of schadevergoeding

Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (De Ronde Venen/SNU – Stedin)). 

Aan de beantwoording van de vraag of de door de gemeente Voorst in acht genomen opzegtermijn van iets meer dan zes maanden redelijk is en of de opzegging van de gemeente Voorste gepaard moest gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding, komt het hof in dit arrest niet toe.


Eigenaar netten van kabels en leidingen

Het hof heeft nog vastgesteld dat Liander eigenaar is van de door haar (rechtsvoorgangers) aangelegde netten van kabels en leidingen. 

Vóór de inwerkingtreding van artikel 5:20 lid 2 BW was onduidelijk of de aanlegger of de grondeigenaar (door natrekking) de eigenaar was van een net. Om die reden heeft de wetgever per 1 februari 2007 aan artikel 5:20 BW een tweede lid toegevoegd. Op grond van dit artikellid behoort de eigendom van een net van kabels en leidingen toe aan de bevoegde aanlegger van dat net, dan wel aan diens rechtsopvolger.

Uit artikel 155 lid 1 Overgangswet Nieuw BW, dat ook op 1 februari 2007 in werking is getreden, volgt dat de regeling van artikel 5:20 lid 2 BW tevens van toepassing is op een net dat vóór 1 februari 2007 is aangelegd.


Geen opstalrecht door verjaring

Volgens het hof heeft Liander geen opstalrecht door verjaring verkregen. Voor verjaring is immers bezit vereist. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 lid 1 BW). Of sprake is van bezit wordt naar verkeersopvattingen beoordeeld, met inachtneming van de wettelijke regels en op grond van de uiterlijke feiten (artikel 3:108 BW). 

Er zijn geen vuistregels te geven wanneer wel en wanneer geen sprake is van bezit. Er moet gekeken worden naar alle omstandigheden van het geval. Wel is duidelijk dat het bezit kenbaar en ondubbelzinnig moet zijn. Dit wil zeggen dat de bezitter zich zodanig moet gedragen dat de eigenaar van de onroerende zaak onder de gegeven omstandigheden moet begrijpen dat de bezitter zichzelf als eigenaar beschouwt.  

Van ondubbelzinnig bezit was volgens het hof echter geen sprake. Liander heeft zich namelijk niet zozeer gedragen als bezitter van het recht van opstal, maar als gerechtigde tot de kabels en leidingen. In het onderhavige geval ontleende(n) (de rechtsvoorgangers van) Liander het recht om kabels en leidingen in de grond te leggen en gelegd te houden echter aan de privaatrechtelijke overeenkomsten met de gemeente. 


Conclusie

Het beëindigen van bestaande duurovereenkomsten met kabel- en leidingsexploitanten betreft maatwerk. Schakel dus op tijd een deskundige in!

 

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan vrijblijvend contact met mij op. Geïnteresseerd in dit onderwerp? Lees ook mijn eerdere blog hierover.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

AfbeeldingHekkelman advocaten en notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Bloggers

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Publicaties

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Bekijk ook onze partnerpagina op Bestuur en Organisatie

Klik hier