of 59232 LinkedIn

De plattelandswoning; bezint eer ge begint

6 reacties

AfbeeldingOp 7 november 2011 is het wetsvoorstel voor de plattelandswoning aan de Tweede Kamer aangeboden (wetsvoorstel 33 078). De volledige titel luidt: “Wijziging van de wet algemene bepalingen omgevingsrecht en enkele andere wetten om de planologische status van gronden en opstallen bepalend te laten zijn voor de mate van milieubescherming alsmede om de positie van agrarische bedrijfswoningen aan te passen (“plattelandswoningen”)”.

Anders dan bij het Voorontwerp wetsvoorstel nog het geval was, is de term “plattelandswoning” naar de achtergrond verdreven. De term plattelandswoning zou een te rooskleurig beeld geven. Romantisch wonen in het buitengebied, terwijl het in feite gaat om een woning waar het leefklimaat niet optimaal is. Een andere reden voor de minder prominente plaats van de term plattelandswoning is dat het wetsvoorstel een ruimer bereik heeft. Het wetsvoorstel regelt ook dat illegale gebruikers (illegaal in juridisch-planologische zin) niet langer worden beschermd tegen milieuhinder. Hierna zal ik enkel ingaan op de problematiek van de plattelandswoning.

 

Menig gemeentebestuurder zal halsreikend naar het wetsvoorstel hebben uitgezien. De (aanvankelijke) probleemstelling van het wetsvoorstel doet zich immers in nagenoeg iedere gemeente voor. Laat ik de gestopte boer die zijn stallen verpacht aan een derde als voorbeeld nemen. In de regel kan de boer juridisch-planologisch niet meer als boer worden gezien, en overtreedt hij het bestemmingsplan door als burger de bedrijfswoning (waar op grond van het bestemmingsplan enkel gewoond mag worden ten behoeve van het agrarisch bedrijf) te bewonen. Evenals bij andere overtredingen in het omgevingsrecht, is hierbij de zogeheten beginselplichtjurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

van belang. Het bevoegd gezag moet handhavend optreden, tenzij sprake is van concreet zicht op legalisatie of handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie dient te worden afgezien. Onevenredigheid wordt door de hoogste bestuursrechter in zo’n geval niet aangenomen. Legalisatie is veelal niet mogelijk. Van een goede ruimtelijke ordening is namelijk meestal geen sprake, gezien de van de stallen te duchten milieuhinder (denk aan geur, geluid en fijn stof). Voor handhavend optreden voelen burgemeester en wethouders echter veelal niet veel.

 

Het wetsvoorstel bevat een eenvoudige oplossing voor de hiervoor geschetste problematiek. De systematiek is kort samengevat als volgt. Het gemeentebestuur kan bepalen dat een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, ondanks de agrarische bestemming, door een derde (een niet-agrariër) bewoond mag worden. Hierbij staan het gemeentebestuur drie wegen ter beschikking: het bestemmingsplan, de beheersverordening of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening wordt afgeweken. Indien het gemeentebestuur de woning als zodanig gekwalificeerd heeft, wordt de woning van rechtswege beschouwd als onderdeel uitmakend van de inrichting, hetgeen er op neerkomt dat de woning niet beschermd wordt tegen milieuemissies van die inrichting.

 

Dat de wet een probleem oplost staat buiten kijf. De voormalige boer thans burger of zijn rechtsopvolger kan in de woning blijven wonen. Het bedrijf wordt niet langer gehinderd door de ‘eigen’ woning. Maar zou het middel in sommige gevallen niet erger kunnen zijn dan de kwaal? Wat mijns inziens niet over het hoofd mag worden gezien is dat met het wetsvoorstel een belangrijk principe wordt verlaten, te weten het principe van ruimtelijke scheiding (zonering). Dé aangewezen manier om milieuaspecten een rol te laten spelen in de ruimtelijke ordening is zonering, het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige activiteiten. Burgerwoningen (en dus ook plattelandswoningen) moeten gelet op dat principe nu juist zo veel mogelijk geweerd worden uit gebieden waar de landbouw het primaat heeft, althans op voldoende afstand worden geplaatst van de plekken waar de bedrijvigheid is geconcentreerd (denk aan de stallen en de mestverwerkingsinstallaties). Het is moeilijk met elkaar te rijmen dat er enerzijds een roep is om burgerbewoning naast veehouderijen toe te staan en anderzijds gepleit wordt voor minimale afstanden tussen veehouderijen en woningen ter voorkoming van zoönoses (infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn, bijvoorbeeld de Q-koorts, zie hierover recent nog de brief van de VNG d.d. 17 november 2011 aan de Vaste Commissie EL&I van de Tweede Kamer). Verder is het natuurlijk niet zo dat vanwege de uitschakeling van de wettelijke bescherming niet langer milieuhinder zal worden ondervonden in en rondom de plattelandswoning. Het leefklimaat zal in veel gevallen niet goed zijn en het is maar zeer de vraag of de burger in de plattelandswoning in alle opzichten zal berusten in de bedrijvigheid van de boer. In ieder geval resten hem mogelijk nog civielrechtelijke mogelijkheden, nu volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het hebben van een vergunning de drijver van een inrichting niet vrijwaart voor aansprakelijkheid uit onrechtmatigheid.

 

Met het vorenstaande heb ik geenszins willen bepleiten dat het gemeentebestuur geen gebruik moet maken van de mogelijkheden die de nieuwe wet zal bieden. Waar het mij om gaat, is dat een gemeente duidelijke keuzes zal moeten maken om te voorkomen dat het buitengebied qua functies te zeer versnippert. In welke delen van de gemeente dient het belang van de overtreders bij een spoedige legalisatie te prevaleren? En in welke gebieden de belangen van de landbouwers bij een goede ruimtelijke ordening op de lange termijn? Bij onder andere deze vragen zal het bestuur stil moeten staan, alvorens wordt besloten het beschermingsniveau te verlagen. Kortom: bezint eer ge begint.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door herman straatman (directeur) op
Hoeveel mensen wonen al in een soort gelijke situatie?
Voor 2000 werden het allemaal burgerwoningen dus kan dit een belemmering betekenen voor het agrarisch bedrijf als ze nu eens alles over een kant scheren en er allemaal plattelandswoningen van maken zijn er de boeren die nu klem zitten ook mee geholpen de een met zijn bedrijf en de ander kwa wonen .
Door de wolluf (geen) op
Wij trachten elk probleem op te lossen met een (nieuwe) wet. Wetstechnisch dreigt Nederland verstopt te raken en wordt handhaving een onmogelijkheid. Er is ook nog zoiets als de wet van de logica. In mijn optiek betekent dat dat elke burger die zich bouwgrond of een woning verschaft naast een reeds bestaande horeca-, industriële of argrarische uitspanning nimmer belanghebbende kan zijn in een hinderwet- of milieu-vergunnings proces in de zin van dat het bedrijf niet mag uitbreiden dan wel moet stoppen.
Door Stef Jonkman op
Een woning kopen wordt bewust gedaan. De koper zal zich van te voren moeten vergewissen over de consequenties van milieu vervuilende activiteiten, of andere activiteiten, die het woongenot beinvloeden. De overheid zal hier wat minder paternalistisch bezig moeten zijn. Bij een aanpassing of herziening van de milieuvergunning of hinderwetvergunning komt de nieuwe bewoner (de koper van een plattelandswoning) vanzelf in beeld. Ga de agrarier binnen de agrarische bestemming niet boycotten. Dit kan al voldoende binnen het privaatrecht.
Door Bert Bakker (trendwatcher) op
Laten we toch ophouden met dat mieren..........., burgers die in deze economisch zeer slechte tijd de moed hebben om op het platteland te gaan wonen, moeten hun mond houden over de agrarische sector om hen heen. Daarnaast moeten we af van al die idiote bestemmingen, flauwelkul en geen stimulans om de bouw een ondersteuning te geven, door juist meer bouwmogelijkheden op het platteland toe te staan, neen, bestuurder maken zich te druk over handhaving e.d. Echt nu mee stoppen.
Door Niek (adviseur) op
Dit is in feite het failliet van de ruimtelijke ordening in Nederland. Tenminst waar het gaat om het scheiden van elkaar bijtende functies. Om de aspirant rustende boeren tegemoet te komen is eerst al heel wat uit de kast gehaald om een 2e bedrijfswoning mogelijk te maken en nu wordt kan die lucratief verkocht worden aan zo'n enge burger. Zijn geld wordt op prijs gesteld maar hij moet wel zijn mond houden. Ik wil die aspirant kopers nog wel eens zien. Het platteland wordt geidealiseerd alsof we nog in de jaren 50 wonen. Maar tegenwoordig is het bijna industrie met een soortgelijke vervuiling. Toch is er voor die burger hoop. Als de publiekrechtelijke weg geen soelaas biedt, is er altijd nog de privaatrechtelijke weg en de instrumenten van die de civiele rechter biedt zijn vele malen effectiever dan die van de overheid.
Door Joop (Bestuurder Plaatselijk Belang) op
De stoffeerders van het platteland moeten m.i. in hun rechten beschermd worden tegen nieuwe oprukkende burgers(ook voormalige agrariërs) in de buitengebieden. Als wetgeving in de zin van het ruimtelijke ordeningsbegrip "plattelandswoning hierin helpt is dit zeer welkom

AfbeeldingHekkelman advocaten en notarissen

Prins Bernhardstraat 1,

6521 AA Nijmegen

Postbus 1094,

6501 BB Nijmegen

T: 024 382 83 84

F: 024 360 04 50

www.hekkelman.nl

binnenlandsbestuur@hekkelman.nl

Meer nieuws

Bloggers

Nieuw: Vastgoed nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van vastgoed?

 

Meld u dan hier aan.

Whitepapers

Publicaties

Agenda seminars

AfbeeldingHekkelman Advocaten & Notarissen houdt u op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Zo organiseren wij regelmatig seminars om deze ontwikkelingen en onze kennis met u te delen.

 

Klik hier voor onze seminaragenda.

Bekijk ook onze partnerpagina op Bestuur en Organisatie

Klik hier